Harry van Weele, ISSO: "Handboek Binnenklimaat Scholen wordt door iedereen erkend als norm"

E-mailadres Afdrukken

Harry van Weele van het kennisinstituut voor de installatiebranche ISSO is verantwoordelijk voor het handboek ‘Binnenklimaat Scholen’ dat als dè standaard voor het binnenklimaat in scholen geldt. “Omdat aan de totstandkoming van het handboek is meegewerkt door alle betrokken partijen: SenterNovem, TNO, BBA Binnenmilieu, Besturenraad, installateurs en adviseurs, en alle partijen achter het resultaat staan is aan alle onduidelijkheid een eind gemaakt en weten alle partijen waar zij zich aan te houden hebben”.

Harry van Weele signaleert vanuit zijn waarneming dat een groot deel van de nieuwe schoolgebouwen niet aan de eisen voldoen en na de oplevering eigenlijk meteen afgekeurd moeten worden. Uit cijfers van de overheid blijkt dat bij woningen veertig procent van de projecten ten onrechte een bouwvergunning heeft gekregen. Bij controles na de oplevering viel nog eens dertig procent af, omdat tijdens de bouw allerlei dingen wegbezuinigd waren, waardoor ook die gebouwen niet meer aan de eisen voldeden. Er is geen reden om aan te nemen dat bij scholen de situatie veel beter is.

Een schoolbestuur, dat een nieuw schoolgebouw laat bouwen of een bestaande school laat renoveren, begeeft zich volgens hem op onbekend terrein. Hij zegt genoeg voorbeelden te kennen waarin door onwetendheid en onder druk van krappe budgetten een gebouw wordt neergezet waarin het ongezond is om te verblijven. Schoolbesturen zijn soms te goed van vertrouwen en hebben te weinig kennis van zaken. Het gebeurt maar al te vaak dat een installateur de vrijheid krijgt om zelf te beslissen welke installatie hij plaatst. Omdat controle ontbreekt is het maar zeer de vraag of er dan in komt wat men eigenlijk heeft bedoeld.

Bouwbesluit een absoluut minimum

De problemen met het binnenklimaat in bestaande schoolgebouwen zijn maar voor een deel het gevolg van achterstallig onderhoud. Ook veel nieuwe scholen hebben problemen. Het gaat volgens Harry van Weele al mis in de ontwerpfase. “Tegenwoordig worden de gebouwen helemaal potdicht gemaakt. Bovendien is het een trend om steeds lager te bouwen, terwijl niemand er bij het ontwerp van de installaties rekening mee houdt dat er zoveel personen tegelijk in die lokalen aanwezig zijn.” Volgens van Weele worden schoolgebouwen ontworpen op het Bouwbesluit, met als gevolg te krappe installaties. Het Bouwbesluit is bedoeld als een vangnet-eis, een absoluut minimum, waardoor nèt geen gezondheidsschade ontstaat en waar je dus nóóit onder mag komen. “Het Bouwbesluit wordt gehanteerd als een ontwerprichtlijn in zijn maximumstand. Dus een installatie staat met alles wat-ie heeft te werken om de absolute minimumeis te halen. En dat gaat natuurlijk een keer verkeerd. Er zou zo ontworpen moeten worden dat de eis van het Bouwbesluit in de middelste of laagste stand gehaald kan worden. Maar ja, dat is wel een stuk duurder, want dan heb je een grotere installatie nodig.”

Opleverprotocollen

Dergelijke problemen zijn te voorkomen als opdrachtgevers – gemeenten en schoolbesturen – zich bij het allereerste begin van een bouwproject realiseren dat ze moeten nadenken over de temperaturen en de luchtkwaliteit, dus dat ze criteria moeten opgeven waaraan het nieuwe gebouw qua binnenklimaat moet voldoen.

Harry van Weele adviseert om zogeheten opleverprotocollen in te stellen, waarin wordt beoordeeld en gemeten of installaties doen wat van tevoren is afgesproken. Daarmee wordt het bewijs geleverd dat alles goed functioneert. Opleverprotocollen zijn niet wettelijk verplicht en ze kosten ook wel wat geld, maar het verdient zich terug. “Tijdens de bouw zijn er zoveel mensen tegelijk bezig. Voordat je het weet loopt een ventilatiekanaal vol cement of wordt het ingetrapt doordat er iemand bovenop is gaan staan. Niet dat die dingen opzettelijk gebeuren, maar als je het niet controleert kom je er pas achter als het gebouw is opgeleverd. En als je dan geen opleverprotocol hebt afgesproken zijn de herstelkosten op niemand te verhalen.”

Handboek Binnenklimaat Scholen

De commotie die er momenteel is over het binnenklimaat is de directe aanleiding dat ISSO een handboek heeft gemaakt waarin precies is beschreven op welke wijze schoolbesturen en opdrachtgevers een keuze kunnen maken voor een systeem, in voor hen bekende termen. Harry van Weele zegt nogal eens mee te maken dat schoolbesturen zich op detailniveau bemoeien met het soort installatie ze willen hebben. Dat vereist een technische kennis die ze doorgaans niet hebben. In zijn optiek moeten mensen in het onderwijs niet verder gaan dan het opstellen van een Programma van Eisen waar in staat hoe hoog de temperatuur mag zijn, welk geluidsniveau ze toelaatbaar vinden en hoe hoog het CO2-gehalte maximaal mag zijn. “Scholenbesturen moeten dus alleen herkenbare eisen stellen. En dat kan met dit boek. En de installateur kan met een andere sectie van het boek een installatie uitzoeken die aansluit op de eisen van de school.”

Uitmuntend, Goed of Net Voldoende

Schoolbesturen kunnen met behulp van het boek in hun Programma van Eisen aangeven wat het ambitieniveau is. “Wil je een school hebben die minimaal is of moet het juist heel goed zijn? Of moeten misschien bepaalde componenten heel goed zijn? Zijn er veel kinderen met astma, dan wordt er meer naar schone lucht en luchtverversing gekeken en misschien wat minder naar de temperatuur. Maar er zijn ook situaties denkbaar waarin het andersom is. In het boek is dat per component aangegeven met een categorie A, B of C. Categorie C, waarop de meeste scholen nu zitten – en sommige helaas nog daaronder – is eigenlijk het absolute minimum wat je voor gezondheidsschade mag hebben. Dus voor een optimaal klimaat zou je het iets beter moeten doen.”

ISSO-norm is bindend

Het handboek Binnenklimaat Scholen bevat naast installatieconcepten en duidelijke richtlijnen ook veel adviezen, bijvoorbeeld dat het verstandig is vooraf met de installateur een opleverprotocol af te spreken. Wie werkt volgens de richtlijnen in het handboek staat bovendien in juridisch opzicht sterker als er bij de oplevering problemen zijn. “Voor ISSO-publicaties geldt hetzelfde als voor de meeste normen: als ze niet zijn aangewezen in het Bouwbesluit of in een andere wet hoef je je er ook niet aan te houden. Maar als een schoolbestuur als opdrachtgever met de installateur afspreekt dat ze zich moeten houden aan de uitgangspunten in het boek is dat bindend. Iedere rechter in Nederland zal dat onderschrijven.” . ISSO is oorspronkelijk opgericht als researchinstituut voor de verwarming- en airconditioningbranche. Door fusies in deze branche zijn sanitair en electro daar later bijgekomen. Van oudsher was het instituut sterk gericht op de installateurs en de hulpmiddelen die zij nodig hadden om de installaties goed te kunnen ontwerpen. Tegenwoordig richt ISSO zich ook op de projectontwikkelaar en de gebouwbeheerder, dus de vraagkant.

Wat kunt u met het handboek Binnenklimaat Scholen?

Het handboek Binnenklimaat Scholen is de eerste publicatie die ISSO specifiek voor schoolgebouwen heeft gemaakt. Omdat qua bezettingsgraden in geen enkel ander gebouw zoveel mensen in een kleine ruimte aanwezig zijn, is een school een bijzonder gebouw, waarin heel specifieke eisen aan de installaties worden gesteld. De publicatie ‘Binnenklimaat Scholen’ geeft praktische richtlijnen voor:

  • Het gebruik, beheer en onderhoud van klimaatinstallaties in bestaande scholen;
  • Bewustwording van het binnenklimaat en de consequenties ervan;
  • Verbetering van bestaand binnenklimaat met beperkte middelen;
  • Het ontwerp van klimaatinstallaties in (basis)scholen; zowel voor nieuwbouw als ingrijpende renovatie.

De publicatie geeft schoolbesturen de mogelijkheid te kiezen uit verschillende kwaliteiten binnenklimaat door middel van de kwaliteitsklassen A, B of C. Bij klasse C is uitgegaan van de minimale wettelijke eisen en bij de klassen A en B wordt uitgegaan van hogere eisen (bijvoorbeeld maximaal 1.000 ppm CO2 i.p.v. 1.200 ppm CO2). Binnen deze klassen worden keuzemogelijkheden voor de uitvoering van de installaties gegeven. Hierbij wordt aangegeven welke systeemconcepten leiden tot goede installaties (met een gezond en klachtenvrij binnenklimaat) en welke combinaties niet goed samenwerken.

De publicatie is in de eerste plaats gericht op een goed ontwerp om te komen tot verbetering van het binnenklimaat. Ook aan onderhoudsaspecten en beperking van het energieverbruik wordt aandacht besteed. Dit zowel bij renovatie als nieuwbouw.

De publicatie is ingedeeld in twee delen:

  • Een beschrijvend deel;
  • Een deel in de vorm van specificatiebladen.

De in de vorm van specificatiebladen uitgewerkte ontwerptechnische kwaliteitseisen en richtlijnen zijn gepresenteerd in de structuur van het Model Kwaliteitsbeheersing Klimaatinstallaties (MMK), zodat in iedere fase van het voortbrengingsproces van een installatie duidelijk is aan welke specificaties moet worden voldaan en welke informatie beschikbaar moet zijn om het voortbrengingsproces te doorlopen.

In aparte stappen zijn de programmafase, ontwerpfase, uitvoeringsfase en beheersfase beschreven. Ook zijn een aantal bijlagen toegevoegd, zoals een Programma van Eisen (PVE) en voorbeelden met installatieconcepten.

Het boek is onder anderen te bestellen via de site: www.isso.nl.

 

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

December uitgave

Partners