Den Besten pleit voor nieuwe scholen en andere bekostiging

E-mailadres Afdrukken

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad vindt het een goede ontwikkeling dat het stichten van nieuwe scholen makkelijker wordt en een meer eigentijdse invulling krijgt. Maar zo’n forse wijziging van het onderwijsbestel kan niet zonder een modernisering van de bekostiging.

Het vergt nogal wat inspanning en doorzettingsvermogen om nieuwe onderwijsconcepten in te voeren in het huidige onderwijsstelsel. Wie goed kijkt, ziet dat het diverse scholen en schoolbesturen al is gelukt, met dank aan experimenten, uitzonderingen in de wet en onderwijsprofessionals met lef, visie en doorzettingsvermogen. Zo zijn er scholen die het hele jaar open zijn en modern maatwerkonderwijs geven. Of concepten waar school, voorschoolse, tussenschoolse en naschoolse opvang helemaal vervlochten zijn. Waar kinderen spelend en ontdekkend leren.

"Hele mooie doordachte concepten", vindt Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad. Ze zou graag meer van dit soort initiatieven en concepten zien, zowel in nieuwe als bestaande scholen. Maar door strenge regels en een schreeuwend gebrek aan geld is ‘vernieuwen’ zo makkelijk nog niet.

Opheffen ongelijkheid
Neem de stichtingsnormen. Zelfs in het kleinste dorp mag pas een nieuwe school worden gesticht als er 200 leerlingen zijn die naar die school willen gaan. Eenmaal opgericht, mag een school in Friesland de deuren openhouden als er nog 34 leerlingen over zijn. In Amsterdam geldt een opheffingsnorm van 200 leerlingen. Dit zorgt niet alleen voor flinke ongelijkheid. Een nieuw schoolconcept in zowel Amsterdam als Akkrum is bij voorbaat nagenoeg kansloos.
Den Besten is daarom blij met de plannen van staatssecretaris Sander Dekker die het stichten van scholen bij wet makkelijker wil maken. De staatssecretaris wil onder meer dat een nieuwe school niet alleen op denominatieve gronden kan worden gesticht, zoals dat eeuwenlang het geval was.

Meer zeggenschap
Scholen en ouders moeten ook andere soorten scholen kunnen stichten. "Dit past bij de huidige maatschappij waarin mensen meer zeggenschap willen over hun leven en de manier waarop ze hun kinderen opvoeden", meent Den Besten. "Het is een groot goed dat hier ruimte voor komt. Al kan je zo’n forse wijziging van het onderwijsbestel niet zomaar invoeren. Om die tot een succes te maken, is meer nodig." Te beginnen met de stichtingsnorm. Die moet verdwijnen als je vernieuwende concepten echt een kans wilt geven, vindt Den Besten.

Nieuw bekostigingssystemantiek
Ook een nieuwe bekostigingssystematiek is ‘absoluut noodzakelijk’. Dat zit zo: Schoolbesturen ontvangen nu één bedrag (lumpsum) dat is opgebouwd uit 30 verschillende componenten. Een ingewikkelde verdeelsleutel bepaalt wie hoeveel geld krijgt. Zo is de hoogte onder meer afhankelijk van het aantal leerlingen en gemiddelde leeftijd van de leraren, en is er een speciale toeslag voor kleinere scholen. Niet alleen is dat systeem voor besturen lastig te doorgronden. Die toeslag alleen al kan reden zijn om een school te laten bestaan.

Eén bedrag per leerling
De PO-Raad – gesteund door de sector – wil toe naar een veel eenvoudiger en modernere bekostiging op basis van één bedrag per leerling. Den Besten: "Als je beide zaken aanpakt, de opheffingsnorm én de bekostiging, wordt het veel meer een keuze van het schoolbestuur – onafhankelijk van de gemeente waar je bent gevestigd – om een school wel of niet te stichten en/of open te houden."

Eenmalige compensatie
Het betekent ook dat sommige schoolbesturen negatieve financiële consequenties zullen ervaren. De PO-Raad heeft die effecten in beeld gebracht. Het is noodzakelijk dat dat wordt gecompenseerd. "Wij denken aan een eenmalige compensatie van € 100 à 200 miljoen. Daarmee bereik je dat die nieuwe wet over het stichten van scholen echt effect krijgt. Want door de verantwoordelijkheid daar te leggen waar die hoort (schoolbesturen) kan ook echt maatwerk worden geleverd."

Bestuurlijke ongehoorzaamheid
Hoe de succesvolle IKC's hun bedrijfsvoering precies inrichten is niet altijd even duidelijk, zegt Den Besten. De Arbo-regels, de wetgeving op het gebied van beveiliging, de fiscale wetgeving en de wijze waarop verantwoording moet worden afgelegd zijn voor onderwijs en kinderopvang zo verschillend, dat het de bedrijfsvoering wel in de weg moet staan. "Volgens mij kan het niet anders dan dat de betrokkenen de grens opzoeken. Dat is fijn, want van dergelijke wilskracht en ondeugendheid kunnen we veel leren." Maar, benadrukt Den Besten. "Vernieuwing in het onderwijs zou niet alleen afhankelijk mogen zijn van bestuurlijke ongehoorzaamheid."

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners