Rinda den Besten, voorzitter PO-raad: “De tijd is rijp voor een update van het onderwijsstelsel”

E-mailadres Afdrukken

Herziening van het onderwijsstelsel is een gevoelig onderwerp, maar langzamerhand wordt het wel hoog tijd om een nieuwe visie te ontwikkelen voor de manier waarop het onderwijs is georganiseerd. Dat zegt Rinda den Besten, voorzitter van de PO-raad en voormalig wethouder in Utrecht.

Ook tijdens de najaarsbijeenkomst 2013 van Bouwstenen voor Sociaal pleitte zij voor een stelselherziening, daarbij refererend aan het Schevenings Beraad van 1993. Daar werd de basis gelegd voor het huidige stelsel. Maar de wereld is sindsdien erg veranderd en het stelsel biedt geen oplossingen voor de problemen van tegenwoordig. Gemeenten en scholen zijn niet gelukkig met de manier waarop dingen nu geregeld zijn. Aanleiding voor Bouwstenen voor Sociaal om met Rinda den Besten in gesprek te gaan over haar gedachten over een update.

Uitgangspunten
De geluiden over een herijking van het onderwijsstelsel komen niet zomaar uit de lucht vallen. Ook VNG-voorzitter Annemarie Jorritsma erkende tijdens de najaarsbijeenkomst dat gemeenten en scholen ontevreden zijn over hoe de taakverdeling nu is. En ook uit het netwerk van Bouwstenen klinken steeds indringender geluiden, dat het onderwijsstelsel zijn houdbaarheidsdatum ruimschoots heeft overschreden. De uitgangspunten die eraan ten grondslag liggen gelden niet meer.

Twintig jaar geleden lag de focus op groei: meer leerlingen, meer lokalen, meer nieuwe scholen. Er werd gesproken over totstandkomingsnormen van scholen, met hoeveel kinderen scholen recht hadden op een nieuw lokaal. Nu zijn er andere vraagstukken. Veel Rijksbeleid is gedecentraliseerd naar gemeenten, met ingrijpende gevolgen voor bestuurlijke verhoudingen, doorgaande leerlijnen, kinderopvang en peuterspeelzalen. Scholen hebben er allerlei taken bij gekregen, wat consequenties heeft voor de huisvesting. “Het grootste verschil met twintig jaar geleden is de krimp in het grootste deel van het land”, zegt Rinda den Besten. “Tegenwoordig zijn er vragen over wat je doet met lege lokalen. Of hoe je moet samenwerken als niet in elke gemeente een school, een gymzaal of een zwembad in stand kan worden gehouden? Het huidige stelsel heeft geen antwoorden op dat soort ontwikkelingen. Sterker nog, het staat effectieve oplossingen in de weg.”
 

Schevenings Beraad

Het fundament voor het huidige onderwijsstelsel is in het begin van de jaren negentig gelegd tijdens het Schevenings Beraad. Op initiatief van staatssecretaris Wallage gingen bestuurders uit het onderwijs, landelijke (Rijk) en lokale overheden (VNG) in 1989 met elkaar in gesprek om een goede visie op onderwijs te ontwikkelen. Het Schevenings Beraad kenmerkte zich door visie en durf. Mensen die er aan deelnamen kijken er met veel plezier en voldoening op terug. De gesprekken duurden ruim vier jaar. In 1994 verscheen ter afsluiting het boekje 'Schevenings Beraad Bestuurlijke Vernieuwing' met voorstellen, die uiteindelijk de basis vormden voor het huidige onderwijsstelsel.

De invloed van het Schevenings Beraad is enorm geweest. Het openbaar onderwijs werd verzelfstandigd, gemeenten namen de rol van Den Haag over voor wat betreft huisvesting en achterstandenbeleid, de onderwijshuisvestingsmiddelen werden gedecentraliseerd, voorstellen over onderwijskwaliteit mondden uiteindelijk uit in de Lokale Educatieve Agenda (LEA). De bestuurlijke verhoudingen veranderden, er werden afspraken gemaakt over bekostiging, arbeidsvoorwaarden, deregulering. Het onderwijsstelsel kreeg in de jaren na het Schevenings Beraad een flinke upgrade.

Knelpunten
Eén van de onderwerpen die voor veel discussies zorgt, is de inhoudelijke samenhang met kinderopvang. Veel beter zou het zijn om de Lokale Educatieve Agenda (LEA) uit te breiden met kinderopvang. Dan kunnen er afspraken worden gemaakt over een doorgaande ontwikkeling. Vanuit haar ervaring als wethouder ziet Den Besten, dat er nu bij vlagen veel geld in hele jonge kinderen in de kinderopvang wordt geïnvesteerd. Zodra die kinderen naar school gaan is dat over. “Dat sluit niet aan. Ik ben ervan overtuigd, dat daar heel veel geld wordt verspild, alleen maar doordat er langs elkaar heen wordt gewerkt. In een herziening zal opnieuw moeten worden nagedacht over kwaliteit en doorgaande ontwikkellijnen. Er kan een kwaliteitskader worden gedefinieerd, met als effect, dat niet het instituut maar de kwaliteit als uitgangspunt wordt genomen.”

Ook op het gebied van financiering van onderwijshuisvesting is behoefte aan nieuwe uitgangspunten. In het voortgezet onderwijs volgt het huisvestingsgeld de leerling. Het geld komt terecht in de gemeente die het schoolgebouw huisvest waar de leerling onderwijs volgt. In het primair onderwijs is het huisvestingsgeld gekoppeld aan de woonplaats van de leerling. Dat blokkeert goede oplossingen. Een voorbeeld: in Zuid-Limburg waren schoolbesturen, na veel discussies met de ouders, het eens over sluiting van een school. De school in gemeente A zou sluiten en de kinderen zouden naar de school in gemeente B gaan. Gemeente A was niet blij met de sluiting en ook de wethouder in gemeente B niet. Vanwege de komst van de leerlingen uit gemeente A moest hij twee lokalen bijbouwen, terwijl het huisvestingsgeld voor die leerlingen bij gemeente A terecht kwam. Het eind van het liedje was dat het verhaal niet doorging en er alleen maar gefrustreerde partijen achterbleven.

Den Besten zegt er als voorzitter van de PO-raad niet op uit te zijn om alle geldstromen die met schoolgebouwen te maken hebben via het onderwijs te laten lopen. Ze zoekt naar een manier om regionaal of bovengemeentelijk goede afspraken te maken. “Voor gemeenten en scholen is deze situatie niet werkbaar. Van mij mag de gemeente best 'in the lead' zijn als dat het meest handig is en tot een goede oplossing leidt. Ik ben tegenwoordig wel voorzitter van de PO-raad, maar vergeet niet dat ik ook uit die gemeentewereld kom. Dus je zult mij niet op een anti-gemeentesentiment betrappen.”

Kruimelwerk
De ontwikkelingen op het gebied van regelgeving staan ondertussen niet helemaal stil. De fusietoets, de kleine-scholentoeslag, regels voor samenwerkingsbesturen en de overheveling van de budgetten voor het buitenonderhoud zijn daar voorbeelden van. Maar hoe goed bedoeld ook, het blijven ad hoc maatregelen, waarbij geen tijd wordt ingeruimd om het 'grote geheel' eens goed te bestuderen. Den Besten: “Natuurlijk, we doen wel veel, maar het blijven kruimels. We hebben daarnaast heel veel experimenteerruimte, pilots en regelvrije zones. Dat is goed, want die dingen zijn nodig om samenwerking mogelijk te maken. Maar we moeten wel een keer voorbij aan die pilotfase. We moeten echt het stelsel wijzigen. Dat grote gesprek moet gewoon worden gestart. Ook al duurt het misschien weer vijf jaar voordat het klaar is. Dat geeft niet, als het gesprek maar gaat beginnen.”

Een groot deel van de belemmeringen om de juiste dingen te organiseren voor de leerlingen, komt voort uit de huisvesting, het maatschappelijk vastgoed. Hoe lastig is het niet om met de huidige regelgeving kinderopvang en een school in één gebouw samen te brengen. De richtlijnen voor veiligheid en toezicht in de kinderopvang komen niet overeen met die in het onderwijs. Daardoor is het heel ingewikkeld om ruimtes en personeel zowel voor onderwijs als kinderopvang in te zetten. En dan is er nog de financiële afwikkeling: bij verhuur van een klaslokaal moeten de huurpenningen officieel via de gemeente lopen en de energielasten aan de huurder worden doorberekend. Dat trekt administratief zo'n zware wissel op de betrokken partijen, dat er vaak helemaal van af wordt gezien. Een platform als Bouwstenen voor Sociaal zou ook een goede rol kunnen spelen bij een update van de afspraken rond huisvesting en vastgoed, door partijen bij elkaar te brengen.

Breed overleg
De stelselherziening die Den Besten voor ogen heeft wordt geen kopie van het Schevenings Beraad, ook al waren de ervaringen hiermee nog zo positief. De besproken onderwerpen zullen breder zijn en de deelnemers zullen uit veel bredere kring moeten komen. Net als in 1993 zullen naast de sectorraden, het ministerie van OCW en de VNG erbij moeten zijn. Maar er zijn meer betrokkenen nodig, want het aantal organisaties en activiteiten rond onderwijs is in de afgelopen twintig jaar sterk uitgebreid. Kinderopvang is sterk gegroeid, de Buiten Schoolse Opvang (BSO) is ontstaan met al zijn nieuwe functies en relaties met sport- en culturele voorzieningen. De zorgfunctie is al sterk uitgebreid en zal met de invoering van Passend Onderwijs nog verder groeien. Daarom zullen aan een nieuw beraad ook kinderopvang en de ministeries VWS en SVZ moeten deelnemen. “Ik zie het als het herijken van de afspraken uit 1993. Gewoon bij alle afspraken met alle betrokken partijen weer kijken hoe het land ervoor staat. En samen uitzoeken op welke manier we het als samenleving anders, beter en vooral slimmer kunnen doen.”

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Bouwstenen voor Sociaal, via 033 - 465 94 62 of kijken op de website www.bouwstenenvoorsociaal.nl
 

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners