Gertjan van Midden, PO-raad: “Leg wettelijk vast dat het schoolgebouw niet langer de sluitpost van de gemeentelijke begroting is”

E-mailadres Afdrukken

De PO-Raad heeft vorig jaar het rapport 'Fris Alternatief' gepubliceerd, met als doel een visie voor de toekomst uit te zetten en om de discussie over onderwijshuisvesting 'eindelijk' aan te zwengelen. Inmiddels hebben zich de nodige ontwikkelingen voorgedaan. Gertjan van Midden, adviseur huisvesting van de PO-raad, maakt een tussenbalans op. “Wij hebben een grote ambitie als het gaat om onderwijshuisvesting. Maar het onderwijsveld zou ons eigenlijk meer moeten steunen door zelf veel meer met de vuist op tafel te slaan om duidelijk te maken dat de huidige situatie niet acceptabel is.”

Het model zoals dat in het fris alternatief is beschreven is geen model dat op korte termijn realiseerbaar is. Het kan ook niet op voldoende (politieke) draagvlak rekenen. Het rapport bestaat feitelijk uit drie onderdelen. Ten eerste: een grondige analyse van het bestaande stelsel; ten tweede: de formulering van een set eisen waaraan een modern huisvestingsstelsel zou moeten voldoen en ten derde: de uitwerking van een geheel nieuw stelsel.

Kwaliteit van het onderwijs

De kwaliteit van de onderwijshuisvesting is medebepalend voor de kwaliteit van het onderwijs en van invloed op de gezondheid en prestaties van leerlingen en docenten. Omdat schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het onderwijs vindt de PO-raad dat zij ook meer in de melk te brokkelen moeten hebben als het gaat over de schoolgebouwen. “Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderwijs en voor de schoolgebouwen, maar doordat ze niets te zeggen hebben over de kwaliteit van de huisvesting worden ze in feite belemmerd in hun taak om goed onderwijs aan te bieden.” Met het huidige huisvestingsstelsel is het lastig werken en dat heeft de nodige gevolgen: Van Midden vindt de feitelijke situatie ronduit dramatisch. “Als er op korte termijn geen echte keuzes worden gemaakt zal de situatie nog verder verslechteren en voorzie ik ongelukken. Er zijn echt op korte termijn investeringen nodig.”

Scholenbestand zwaar verouderd

In Nederland hebben 7.500 scholen voor primair onderwijs samen zo’n 10.000 gebouwen. Met een gemiddelde leeftijd van ruim 30 jaar is het gebouwenbestand zwaar verouderd. Per jaar worden – afhankelijk van de markt – tussen de 100 en 150 nieuwe scholen gerealiseerd. In dat tempo duurt het dus tussen de 50 en 75 jaar voordat het scholenbestand zal zijn vervangen. “We kunnen het nu al verouderde scholenbestand met zo weinig nieuwbouw niet eens in stand houden. We zijn dus hard op weg om de kwaliteit van onze scholen nog verder achteruit te laten gaan.”

Ook instandhouding van de huidige kwaliteit van de gebouwen loopt gevaar. Sinds de invoering van de decentralisatie is het recht op renovatie in 1997 uit de wet geschrapt. Daardoor zal de achterstand naar verwachting alleen maar groter worden. Een steekproef onder de leden van de PO-Raad bevestigt dat: tweederde van de scholen hebben te maken met (voorgenomen) gemeentelijke bezuinigingen op onderwijshuisvesting.

Met de bouwkundige kwaliteit van de scholen is niet zoveel mis, dus instorten zullen de meeste schoolgebouwen niet zo snel. De knelpunten zitten vooral in aspecten als energieverbruik, duurzaamheid, binnenklimaat en functionaliteit, aspecten waarvoor degenen die dagelijks in de gebouwen moeten werken en leren letterlijk en figuurlijk de rekening betalen. Juist daarover kan Gertjan van Midden zich behoorlijk opwinden. “In principe is er geld genoeg om het scholenbestand op peil te brengen en te houden. Het wordt alleen niet volledig en niet efficiënt ingezet. En daar betalen scholen in de vorm van onnodig hoge energierekeningen en ongezonde leeromgevingen de prijs voor. Wij vragen als PO-raad niet om meer geld, maar om een volledige inzet en een eerlijke verdeling van reeds beschikbare middelen.”

“Fris Alternatief” nodigt partijen uit om in andere machtsverhouding samen te werken

De voorstellen die de PO-raad doet in het 'Fris Alternatief' zijn niet buitengewoon revolutionair, maar vragen van bestuurders wel de nodige visie, inzicht en wil om in andere machtverhoudingen en met andere partijen te willen werken. Het gaat om vijf voorstellen.

1. Doordecentralisatie onderhoud buitenkant
Door OCW zal een draagvlakonderzoek worden uitgezet naar de mogelijkheden om de gemeentelijke onderhoudstaken (buitenkant) over te hevelen naar de schoolbesturen. Een dergelijke operatie is in 2005 al voor het VO doorgevoerd. Wanneer schoolbesturen zelf volledig verantwoordelijk zijn/worden voor het onderhoud heeft dat een aantal voordelen. Op de eerste plaats betekent dat een forse vereenvoudiging van de administratieve last voor zowel gemeenten als schoolbesturen. Op de tweede plaats geeft het schoolbesturen meer mogelijkheden zelfstandig keuzes te maken en daarmee de huisvesting ook beter af te stemmen op de eigen wensen en behoeften. Voorwaarde is wel dat er dan voldoende budget meekomt en er een overgangsmaatregel komt voor de oudere gebouwen en kleine schoolbesturen. Immers, schoolbesturen hebben tot op heden geen voorzieningen voor deze (onderhoud)taken kunnen vormen.

2. Investeringsfonds scholenbouw
Er heeft inmiddels een onderzoek plaatsgevonden naar de mogelijkheden een investeringsfonds voor scholenbouw te vormen. Met institutionele beleggers vindt informeel overleg plaats over de vraag of zij bereid zijn een dergelijk fonds 'te vullen'. Gertjan van Midden vindt het voordeel van een investeringsfonds dat er een forse efficiencywinst kan worden geboekt. “Met dezelfde middelen kan dus een betere kwaliteit worden gerealiseerd. Professionalisering van het opdrachtgeverschap levert ook extra financieringsmiddelen op. Aan verdere en concrete invulling van deze plannen wordt inmiddels gewerkt.”

3. Van modelverordening naar kwaliteitsstelsel
De VNG heeft laten onderzoeken of de modelverordening kan worden omgebouwd naar een kwaliteitsstelsel in plaats van het bestaande financiële normeringsstelsel. Binnenkort neemt het bestuur van de VNG hierover een besluit. “Invoering van zo'n stelsel zouden wij als PO-Raad toejuichen, want dan kun je op lokaal niveau tenminste discussiëren over kwaliteitsniveaus. Nu gaat het vaak over de vraag of een kabelgoot nu wel of niet voor rekening van de gemeente komt.”
De PO-Raad vindt de invoering van een kwaliteitsstelsel zo belangrijk dat zij zelf het initiatief zal nemen om zo'n stelsel in te voeren in het geval de VNG mocht besluiten hier niet toe over te gaan. Alleen al het feit, dat veel gemeenten niet alle huisvestingsgelden die zij via het gemeentefonds ontvangen aan schoolgebouwen uitgeven geeft volgens Gertjan van Midden aan, dat er in principe wel voldoende ruimte is om scholen te realiseren met een hogere kwaliteit dan nu het geval is.

4. Huisvestingsgelden aan schoolgebouw besteden
Op grond van rapportages van het ministerie van BZK wordt van de 1,5 miljard die via het gemeentefonds voor huisvesting beschikbaar is naar schatting 380 miljoen (20%) aan andere gemeentelijke zaken uitgegeven. BZK onderzoekt nog om welk bedrag het exact gaat. Voor de PO-Raad zijn de uitkomsten van dit onderzoek belangrijk voor het eventueel nemen van vervolgstappen. Daarbij komt dus nog dat vele gemeenten op dit moment bezuinigen op huisvesting of het voornemen daartoe hebben. “Zoals gezegd is er wel voldoende geld, het komt alleen niet bij de schoolgebouwen terecht. Wij stellen voor om die 380 miljoen die niet door gemeenten wordt doorgegeven rechtstreeks te besteden aan renovatie van scholen. Als we voor het gemak even alleen naar het PO kijken zouden we - uitgaande van 1 miljoen per school - dus jaarlijks ongeveer 380 scholen kunnen worden gerenoveerd. Op deze wijze kan er in 10 jaar tijd een enorme kwaliteitsslag kan worden gemaakt.”Overigens gaat het hier om geld voor PO-en VO tesamen.

5. Versterken recht op doordecentralisatie
Een andere stap op weg naar het 'Fris Alternatief' is om die schoolbesturen die in staat zijn de huisvesting volledig in eigen handen te nemen, een versterkte positie te geven om doordecentralisatie af te dwingen. De PO-Raad heeft een werkgroep gevormd om onderzoek te doen naar de voorwaarden waaronder dat kan plaatsvinden.

“Scholenbouw is jarenlang het kind van de rekening geweest”

Gertjan van Midden vindt dat scholenbouw in Nederland in de afgelopen 40 jaar steeds meer het kind van de rekening is geworden. De landelijke politiek heeft altijd wel een luisterend oor gehad voor financiering van onderwijskundige vernieuwingen, maar voor wat betreft de schoolgebouwen is de verdeling van de verantwoordelijkheden zo ingewikkeld, dat het onderwijs daaronder lijdt. De PO-raad wil dat daar voor eens en voor altijd een eind aan komt. Gertjan van Midden tot slot: “De staat waarin onze basisscholen in Nederland bevindt vind ik ronduit beschamend. Eén specifieke oorzaak of schuldige is er niet aan te wijzen, maar het kan en mag niet langer zo zijn dat schoolgebouwen in gemeenten een sluitpost zijn. Met de voorstellen die wij doen is dat wettelijk vast te leggen.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners