Conciërge met eelt op zijn ziel is goud waard

E-mailadres Afdrukken

Scholen zijn de afgelopen jaren ware smeltkroezen van culturen geworden. Voor conciërges is het soms een uitdaging om daarmee om te gaan. Conciërges willen een omgeving creëren waar de kinderen zich veilig voelen. Dat doen ze op basis van het schoolbeleid, de werkafspraken en de steun van de organisatie. Maar de echte meerwaarde van een conciërge zit in zijn inborst en levenservaring.


Piepjong zijn de meeste conciërges die in het voortgezet onderwijs werken niet meer. Op een enkele uitzondering na zijn het mannen of vrouwen van boven de dertig. Veel van hen hebben al een andere carrière achter de rug en soms hebben ze in hun leven tegenslagen gehad. Het conciërgewerk is dan een nieuwe uitdaging, waar ze hun hele ziel en zaligheid in leggen. De opgedane levenservaring wordt daarbij met volle overtuiging ingezet, op welk soort school ze ook terechtkomen.

Het gaat om de leerling
Conciërges vinden het welzijn van de leerlingen het allerbelangrijkst. Ondersteunende diensten, zoals het beheren van onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, licht schoonmaakwerk, beveiliging tegen inbraak en brand, hulpverlening bij calamiteiten, etc. zijn van ondergeschikt belang, zegt Peter, conciërge op een grote VO-school. “De omgang met de leerlingen heeft absoluut de hoogste prioriteit. Leerlingen moeten blij zijn en ze moeten zich veilig voelen. Het gebouw moet natuurlijk ook op orde zijn, maar de kinderen komen altijd op de eerste plaats. Wat dat betreft probeer ik een soort vaderfiguur te zijn, die ze een beetje in de gaten houdt, maar die ze ook helpt als dat nodig is.”

Michel doet precies hetzelfde, maar vanuit een andere motivatie. Hij is conciërge op een ISK-school (ISK=Internationale Schakel Klas) voor de eerste opvang van anderstaligen, een totaal andere omgeving dan een VO-school. De leerlingen zijn vluchtelingen met traumatische ervaringen. De meesten spreken geen Engels. Op de ISK-school moeten ze Nederlands leren om te kunnen doorstromen naar het reguliere onderwijs. Veel van hen weten nog niet of ze in Nederland mogen blijven. “Deze mensen, die al zoveel hebben meegemaakt, krijgen hier ook geen rust. Elke zoveel maanden gaan ze naar een andere opvanglocatie. Dan moeten ze hun boeltje weer oppakken, ergens anders heen en daar weer opnieuw beginnen. Daarom doe ik er alles aan om hen in onze school dat stukje veiligheid en geborgenheid te bieden wat ik hoog in het vaandel heb.”

Pubergedrag
Kinderen tussen 12 en 18 jaar zijn bezig op te groeien en zich te ontwikkelen. Daar hoort bij dat ze hun grenzen verkennen en anderen uitdagen. Onderling is er veel rivaliteit, want het is belangrijk om op te vallen. Pubers voelen het ook feilloos aan als iemand zich ergens aan stoort en dat zullen ze op alle mogelijke manieren gebruiken. Gedurende de lessen kunnen de meesten zich wel rustig houden, maar in de pauzes moet de overtollige energie er even uit. Vooral MBO’ers en VMBO’ers vieren echt dat ze pauze hebben. Peter: “Die hangen een beetje rond en halen soms dingen uit. Natuurlijk zie ik dat wel en dan ga ik een gesprekje met hen aan om het gedrag een beetje bij te sturen.”

De smartphone speelt een grote rol in het leven van de pubers. Via social media weet iedereen het meteen als er iets aan de hand is. “Laatst stond voor onze school een auto in de brand. Ik ging er met de brandblusser naartoe, maar binnen de kortste keren stonden er ook allemaal kinderen omheen. Dat wil je liever niet, maar het is niet te voorkomen. Eén berichtje in de groepsapp en hup, iedereen weet dat er brand is en dan komen ze overal vandaan.”

Het mobieltje mag niet in elke school onbeperkt worden gebruikt. Bij Peter op school mag een mobieltje alleen buiten de les worden gebruikt. Bij overtreding wordt de telefoon ingenomen en pas om 16:00 uur ‘s middags teruggegeven. “Erger kun je kinderen niet straffen. Ze verzinnen allerlei excuses om hun mobiel eerder terug te krijgen. Soms gebruiken wij dat als wisselgeld. Als ze ons helpen de school schoon te maken krijgen ze hem eerder terug.”

Cultuurverschillen
Peter, Rob en Michel slagen er naar eigen zeggen prima in om het vertrouwen van de leerlingen te winnen. Uiteraard hebben ze geen persoonlijk contact met iedereen, maar dat hoeft ook niet. Bij Michel in de ISK-school speelt de taalbarrière een rol. “Het gaat met handen en voeten, soms is er een tolk. Maar ook door gewoon te helpen met praktische dingen, zoals te zorgen voor een plekje waar een tienermoeder haar kind ongestoord kan voeden, kun je een goede verstandhouding krijgen.”

Omgaan met kinderen van niet-Nederlandse afkomst is voor de conciërges wel een uitdaging, doordat ze te weinig van die culturen weten. Op de ISK-school ontstaan soms ruzies waar diep gewortelde religieuze of racistische conflicten aan ten grondslag liggen. Maar ook op VO-scholen kan gemakkelijk de vlam in de pan slaan door onbegrip. Rob weet dat het bij sommige allochtone leerlingen heel gevoelig ligt om over hun moeder te praten. “Je mag niet eens zeggen dat het een aardige vrouw is, want je krijgt meteen de reactie ‘Zeg je nou dat mijn moeder een hoer is?’”

Doodsbedreigingen worden in andere culturen ook minder serieus genomen dan in Nederland. Als een kind zijn slaapkamer moet opruimen zal een boze ouder na verloop van tijd zeggen ‘Als je nou je kamer niet opruimt zwaait er wat’. Turkse of Marokkaanse ouders zeggen heel gemakkelijk ‘Als je dat niet opruimt maak ik je dood’. Peter: “In sommige culturen vinden kinderen het heel moeilijk om ‘nee’ te accepteren. En er zijn wel meer gevoeligheden. Als je daar niet voldoende vanaf weet kun je mensen zomaar beledigen zonder er erg in te hebben. Dat vind ik wel lastig, ik zou best meer willen weten over die verschillende culturen.”

Signaleren
Met de meeste kinderen op school gaat het wel goed. Ze hebben een stabiele thuissituatie en kunnen hun schooltijd redelijk onbekommerd doorlopen. Van leerlingen die thuis problemen hebben is dat meestal wel bekend. Docententeams en conciërges hebben daar regelmatig overleg over. Conciërges houden die kinderen meestal wel extra in het oog.

Lastiger is dat als kinderen zelf problemen hebben met loverboys of een of andere verslaving. In die gevallen is de conciërge vaak de eerste die dat ontdekt. Want zij zien dat kinderen zich in de pauzes afzonderen van de andere leerlingen of ander afwijkend gedrag vertonen. Rob heeft in het verleden zelf veel te maken gehad met verslaving en criminaliteit. Hij ziet het meteen als een kind in de problemen zit. “Door mijn verleden kan ik in een vroeg stadium signaleren dat er iets mis is. Soms kun je zo’n kind helpen voordat het escaleert.”

Net als Rob gebruiken ook Peter en Michel de ervaringen uit hun verleden bij het werk als conciërge. Hun levenservaring stelt hen in staat om net dat beetje extra te geven waardoor ze de stabiele factor zijn die sommige kinderen op dat moment nodig hebben. Dat geeft veel voldoening. Rob: “Ik ben helemaal niet trots op mijn verleden. Maar in deze baan voel ik me hartstikke fijn. Het is mooi dat ik die dingen van vroeger nu kan gebruiken om mensen te helpen.”

Dit artikel is geschreven op basis van gesprekken met conciërges. Uit privacyoverwegingen zijn de namen in het artikel gefingeerd.

Bekijk ook de bedrijfspresentatie van FiAC

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

December uitgave

Partners