Schijnveiligheid of Schoolveiligheid?

E-mailadres Afdrukken

Ernstige incidenten komen in scholen in Nederland bijna nooit voor. Maar als het gebeurt moet je daar als school wel klaar voor zijn, met voldoende opgeleide BHV’ers. De verplichte jaarlijkse opfriscursus volstaat niet, zegt instructeur Ruud Verbruggen. "Je merkt dat kennis vrij snel wegzakt, omdat er maar weinig praktijkervaring wordt opgedaan, terwijl er wel een grote verscheidenheid is aan mogelijke risico’s."


Schoolveiligheid is meer dan het op een goede manier afhandelen van ongelukken of het ontruimen van het gebouw bij brand of een andere calamiteit. Schoolveiligheid gaat ook over een gezonde werkomgeving (binnenklimaat, inrichting) en sociale veiligheid (pesten, agressie, social media, radicalisering). Schoolveiligheid gaat dus veel verder dan wat er wordt behandeld in de meeste standaard BHV-cursussen. “Van de meer dan 250 officieel gekwalificeerde risico’s in scholen komen er slechts 3 aan bod in een ‘gewone’ BHV-opleiding. Zo’n cursus sluit dus totaal niet aan bij de specifieke risico’s in het onderwijs.”

Cijfers liegen niet
Uit de statistieken blijkt dat er inderdaad veel dingen voor verbetering vatbaar zijn. TNO heeft uitgezocht dat 1.500 van de 130.000 leerlingen in Den Haag ziek zijn door het slechte binnenklimaat. 150 docenten voelen zich dagelijks onwel door bedompte lucht. De onderwijsinspectie ziet psychosociale arbeidsbelasting als het belangrijkste risico in het PO en VO. En de inspectie ziet agressie en geweld als primaire oorzaken van verzuim en arbeidsongeschikheid. VeiligheidNL bracht eind mei 2016 naar buiten dat jaarlijks ruim 16.000 leerlingen tijdens de gymles zo ernstig gewond raken, dat zij daarvoor naar het ziekenhuis moeten.

Dat zijn schokkende cijfers, maar het wordt nog erger. Want uit onderzoek van het Rode Kruis blijkt dat, wanneer er een ongeluk gebeurt of als iemand onwel wordt, 95% van de omstanders niets doet. Zelfs driekwart van de BHV’ers of EHBO’ers komt niet in actie als er een beroep op hen wordt gedaan. “Dat verbaast mij niets. Want als je maar één keer per jaar een training krijgt en je moet 10 maanden daarna ineens in actie komen, dan is alle kennis weggezakt. BHV’ers hebben veel te weinig praktijkervaring.”

Schoolhulpverlening (SHV)
Bedrijfshulpverlening (BHV) is maatwerk. De invulling is afhankelijk van de sector waarin die BHV’ers werken. Een ontruiming vraagt telkens om een andere aanpak. “In een bedrijf heb je doorgaans te maken met valide mensen, die zelf naar buiten kunnen gaan. In de zorg zijn mensen soms immobiel of psychisch in de war. En in scholen vergt het omgaan met kinderen weer een heel andere aanpak. Daar moet je vooraf goed over nadenken, want als het gebouw in brand staat heb je daar de tijd niet voor.”
Verbruggen is enthousiast over het initiatief van FiAC en het NISHV om speciale trainingen voor het onderwijs te ontwikkelen. Schoolhulpverleners leren daar eerste hulp verlenen bij incidenten, juist te handelen bij een klein brandje en het schoolgebouw te evacueren als situaties uit de hand lopen. Maar ze leren ook anticiperen op situaties, door preventieve maatregelen te nemen om ongevallen te voorkomen.

SHV-organisatie
Door middel van een helder stappenplan wordt duidelijk waaraan een goede SHV-organisatie moet voldoen. Dat begint met de risico-inventarisatie. Daarin worden de algemene en de specifieke risico’s van de onderwijsinstelling in kaart gebracht. Op basis van de risicoscan wordt een plan van aanpak gemaakt om de risico’s naar een aanvaardbaar niveau te brengen. Op welke wijze moet worden omgegaan met de resterende risico’s is afhankelijk van de situatie ter plekke, de maatgevende factoren.

Maatgevende factoren hebben te maken met het type onderwijs, de grootte en samenstelling van het gebouw, het aantal aanwezige medewerkers en leerlingen, de ligging van het gebouw in de omgeving, de aanrijtijd van de professionele hulpdiensten en de beschikbaarheid van de schoolhulpverleningsorganisatie. In geval van een calamiteit is het ook belangrijk dat er niet wordt getwijfeld. “De juiste focus is cruciaal. Als SHV-organisatie heb je bij een calamiteit maar één opdracht: alle aanwezigen in veiligheid brengen totdat de professionele hulpdiensten er zijn. Bij een brand betekent dat: concentreren op de evacuatie. Dat het gebouw verloren gaat is op dat moment niet belangrijk.”

Haken en ogen
Wat het lastig maakt om de Schoolhulp-verlening goed in te richten en daarna up-to-date te houden is dat er enorm veel aandachtspunten zijn. Het schoolhulpverleningsplan beschrijft de technische voorzieningen in het gebouw, met name om branden te melden en te blussen, maar ook de structuur, taken en bevoegdheden van de SHV-organisatie. Er zijn allerlei procedures, die regelmatig geoefend moeten worden, opleidingstrajecten moeten worden georganiseerd, er is een incidentenregistratie nodig, etc.

Minstens even ingewikkeld is het maken van een ontruimingsplan, met procedures voor verschillende situaties, sleutelplannen, de beschikbaarheid van de juiste telefoonnummers, vluchtwegplattegronden, de verdeling van taken en bevoegdheden. Uiteraard moet zo’n ontruimingsplan minimaal één keer per jaar worden geoefend. Ook dat brengt allerlei werkzaamheden met zich mee betreffende de voorbereiding, uitvoering en evaluatie.
De grootste bedreiging van een SHV-organisatie is desinteresse. “De hele schoolorganisatie, van directie tot OP en OOP, moet doordrongen zijn van het belang van SHV. De verleiding is groot om de kantjes er af te lopen, het is zo gemakkelijk om een oefening een keertje over te slaan. Daarom is het van belang dat de aandacht voor schoolveiligheid levendig wordt gehouden.”

Worst-case scenario
Een goede en ook leuke methode om droog te oefenen en om meteen het minimum benodigde aantal SHV’ers te bepalen is een table-topoefening met alleen de ploegleiders of alleen de SHV’ers. Op een plattegrond van het gebouw worden lego-poppetjes gezet, de SHV’ers. Er wordt uitgegaan van een worst-case scenario, zoals een brand waarbij slachtoffers zijn gevallen. De deelnemers aan de oefening moeten bepalen waar ze de SHV’ers neerzetten. Eentje gaat naar het punt waar de leerlingen zich moeten verzamelen, twee gaan kijken waar het brandt, twee bekommeren zich om de slachtoffers, één moet de brandweer en de ambulance opvangen en een aantal begeleidt de evacuatie. “Dat is een leuke oefening, waarmee je kunt toetsen of iedereen nog op de hoogte is van de procedures en zijn of haar taak bij een incident. Je weet ook meteen of er voldoende SHV’ers in de organisatie beschikbaar zijn.”

Op bezoek gaan bij een ander schoolgebouw, bij voorkeur op het moment dat daar een ontruimingsoefening wordt gehouden, is een andere manier om de aandacht voor schoolveiligheid levendig te houden. “Het is heel nuttig om eens bij een ander in de keuken te kijken. Soms kunnen procedures automatismen worden en dat is niet goed. Door eens bij een ander te kijken word je weer scherp. De input van mensen van buitenaf kan bovendien heel waardevol zijn voor de gastschool.”

Wanneer is de SHV goed ingericht?
Het is lastig om te bepalen wanneer de schoolhulpverlening goed is ingericht. De Arbowet verplicht scholen om één keer per jaar te trainen, maar dat geeft geen enkele garantie over de mate waarin de veiligheid is geborgd. Het SHV-programma biedt meer houvast. Het programma voorziet in praktische en hanteerbare aanbevelingen, die toegespitst zijn op de situatie in scholen. Maar ook binnen het SHV-programma is het belangrijk dat de kantjes er niet vanaf worden gelopen.

“Scholen die de aanbevelingen uit het SHV-programma serieus opvolgen zijn wat mij betreft in elk geval gedegen voorbereid op incidenten. Of dat voldoende is, zal blijken als zich een echte calamiteit voordoet, want dat is altijd de ultieme test. Maar laten we hopen dat dat nooit gebeurt.”


Meer informatie: www.nishv.nl

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners