FiAC start opleiding Conciërge 2.0: “Zeeuwse opleiding voor conciërges in alle opzichten een mooie samenwerking”

E-mailadres Afdrukken

Tevreden en vrolijk werd de coördinator van ZeeProf Hanna van Boven door de start op 8 december, van de eerste groep conciërges aan de opleiding Succesvol werken in het onderwijs. De komende twee jaar worden totaal zesentachtig medewerkers van acht Zeeuwse scholen door het FiAC opgeleid. “Dit is echt het moment om te beginnen, de behoefte onder scholen is zo groot.”

Hanna van Boven, coördinator ZeeProf


Hanna van Boven vindt het belangrijk om bij alle groepen even de sfeer op te snuiven. “Aan het begin van de eerste ochtend voelden vijf cursisten zich nog gestuurd door hun werkgever. Dat gevoel was tegen de middag verdwenen. Mensen worden snel enthousiast als ze merken hoe boeiend het is om bewust met je eigen werk bezig te zijn.”

Die bewustwording is een belangrijk doel van de opleiding voor conciërges en facilitair medewerkers weet ook Roderik Sommerdijk. Voor het FiAC traint hij al ruim tien jaar onderwijsondersteunend personeel. De komende twee jaar is hij de kerndocent voor de opleiding in Zeeland. “Om aan dat bewustzijn van conciërges te werken moet je met iets anders komen dan een powerpointpresentatie. Een trainer moet begrijpen hoe het conciërgewerk er in de praktijk uitziet en weten waar mensen tegenaan lopen. Daarnaast is het belangrijk om tegen een stootje te kunnen. Conciërges geven weerwoord en proberen je uit. Een cursist zei tijdens een groepsoefening dat hem iets irriteerde. Dat voorval gebruik ik direct om een feedbackoefening te doen: benoem de feiten zonder oordeel. Zo krijg je mensen op het puntje van hun stoel. Zelfs degenen die eigenlijk eerder weg moesten, zaten er een kwartier na het einde nog.” Van Boven is blij met Sommerdijk als trainer. “Hij laat weerstand niet liggen.”

 

Conciërge 2.0: een nieuwe visie op de conciërgefunctie
Facilitaire organisaties in het onderwijs en hun dienstverlening zijn continu in ontwikkeling. Dit heeft ook directe gevolgen voor de functie van conciërge. Verantwoordelijkheden en taken veranderen. Als gevolg daarvan ontstaat een nieuwe visie op het functioneren van de conciërge. De visie op deze conciërgefunctie dient daarbij afgestemd te zijn op de wijze waarop de facilitaire organisatie van de school in de komende jaren wil werken en waarmee ze wil inspelen op de interne en externe ontwikkelingen. De doelen van de school kunnen daarbij alleen worden bereikt als de professionaliteit van de conciërge van een passend niveau is. Over de wijze waarop conciërges binnen de school moeten functioneren moet een duidelijk beeld bestaan. Een beeld dat gedeeld wordt door zowel de schoolleiding alsmede de conciërges zelf. Een mogelijk beeld, als voorbeeld, is hieronder beschreven:

De conciërge functie zal zich de komende jaren ontwikkelen tot betrouwbare en efficiënte dienstverlener die diverse operationele taken op een locatie zelfstandig uitvoert onder directe leiding van de locatiemanager. Zijn sociale en communicatieve vaardigheden zijn van dien aard dat hij op meerdere niveaus binnen de school als gesprekspartner kan functioneren. Ten aanzien van zijn dienstverlening heeft hij inzicht in zijn toegevoegde waarde en weet hij welk kwaliteitsniveau zijn afnemers (en organisatie) van hem verwachten en is daarbij in staat rekening te houden met specifieke behoeften en omstandigheden. Hij voelt zich verantwoordelijk voor zijn werk en handelt daar ook naar. Op calamiteiten en non-routine omstandigheden kan hij adequaat reageren. Hij stelt zijn functioneren daarbij duidelijk in dienst van het onderwijs proces en voelt zich daarbij ook ten nauwste betrokken.

(voorbeeld uit FiAC scholingsbeleidsplan)

Van intuïtief naar pedagogisch
ZeeProf is het professionaliseringsplatform van het Diensten Centrum Onderwijs in Zeeland (DCO). Hanna van Boven werkt als coördinator voor alle Zeeuwse scholen in het VO, MBO en het HBO. Het platform richt zich op iedereen die in het onderwijs werkt en is opgericht om samen te leren en te ontwikkelen.

Van Boven ging met alle aangesloten scholen in gesprek over de thema’s die speelden. “Het thema kwaliteit en dienstverlening bleek bij veel scholen hoog op de agenda te staan. Scholen krijgen met meer diversiteit in achtergronden en cultuur te maken en de problematiek onder leerlingen verandert. Daarbij is de groep conciërges lang achtergebleven in scholing terwijl er steeds meer eisen aan hen gesteld worden. Van intuïtief gedrag willen scholen nu dat zij pedagogisch handelen en professioneel communiceren maar ook dat zij hun eigen grenzen bewaken, goed samenwerken en de schoonmaak aansturen.”

Het hielp enorm dat FiAC een maatwerktraject voor Zeeland opstelde. “Samen met de hoofden facilitaire dienst hebben we criteria opgesteld. Het FiAC vertaalde dit als beste van drie partijen naar een mooi en passend maatwerktraject voor de Zeeuwse scholen. Door de opleiding in company te houden, hoeven we niet ver te reizen. De groepen zijn samengesteld met mensen van verschillende locaties. Daardoor kunnen scholen gewoon doordraaien. Bovendien leren collega’s elkaar beter kennen wat helpt om conciërges flexibeler en in meer gebouwen in te zetten. Tijdens het scholingstraject kijken conciërges bij elkaar in de keuken. Hoe gaat het er op de andere school aan toe en wat kunnen wij daarvan leren voor onze eigen school? Naast het verbeteren van communicatievaardigheden en proactief en klantgericht handelen zijn dat voor ons belangrijke opleidingsdoelen.”

Praktijksituaties nabootsen
Sommerdijk herkent de veranderingen in het werk van conciërges. “De conciërge die alleen een lamp vervangt bestaat eigenlijk niet meer. Het is een functie geworden waarin zij niet alleen het visitekaartje van de school zijn maar ook de verbindende schakel tussen leerlingen. Hier in Zeeland bijvoorbeeld, zitten tweeëndertig nationaliteiten door elkaar en veel kinderen met een rugzakje. De conciërges kennen die kinderen en weten wat er speelt. Vaak handelen ze intuïtief maar niet bij iedereen werkt dezelfde benadering. Daarom is het belangrijk dat zij leren professioneel te communiceren en weten hoe ze klanten tactvol aanspreken. Het is net als in het verkeer: als alles goed en vanzelfsprekend verloopt blijf je lekker doorgaan. Bij gladheid of mist moet je heel bewust op het verkeer letten en weten hoe je moet handelen.”

Tijdens de scholingsdagdelen ligt de nadruk op het oefenen van werk- en gesprekssituaties waar conciërges in hun dagelijkse praktijk mee worden geconfronteerd. Met behulp van een acteur worden praktijksituaties nagebootst. Sommerdijk: “Zo ervaren cursisten aan den lijve hoe ze leerlingen op gedrag aan kunnen spreken of feedback kunnen geven aan collega’s. We oefenen ook hoe je grenzen kunt stellen en kan reageren op ruzie of boosheid bij ouders. Deelnemers leveren zelf voorbeelden uit de praktijk.”

Borgen resultaten
Een van de uitgangspunten van Zeeprof is ontwikkelingen professioneel vorm te geven waardoor de resultaten geborgd worden in de organisatie. Daarom kozen de betrokken scholen en Zeeprof voor het tweejarige traject bij FiAC. “In die twee jaar trainen we vijf groepen die ieder vier keer per jaar bij elkaar komen. Daarnaast komen ook de leidinggevenden twee keer per jaar samen. Die tijd is nodig om ervoor te zorgen dat wat je investeert ook blijft.”

Ook Sommerdijk ziet veel voordelen in een langer lopend opleidingstraject. “Het werkt enorm goed om aan de hand van huiswerkopdrachten terug te komen op hoe zaken in de praktijk werken. Door over twee jaar verspreid veel te herhalen en te oefenen, neemt het blijvend effect van de opleiding zienderogen toe. Het feit dat alle medewerkers plus de leidinggevenden aan de opleiding deelnemen, gaat veel impact krijgen. Iedereen is er mee bezig. Een nadeel is misschien dat mensen met sommige vragen wat geduld moeten hebben omdat die pas later in de opleiding aan bod komen.”

De opleiding wordt in juni 2017 afgerond. Volgens Van Boven zullen conciërges dan goed in staat zijn om met de veranderingen in hun werk en met de hogere eisen om te gaan. “Het verwachtingspatroon is dan voor iedereen veel helderder en er zijn tips en technieken aangereikt om leerlingen en bijvoorbeeld ouders, ook in soms lastige werksituaties, professioneel tegemoet te treden.”

Sommerdijk weet uit ervaring dat het er over twee jaar echt anders aan toe zal gaan op de Zeeuwse scholen. “Er zal letterlijk meer samengewerkt worden en er is meer contact. Conciërges zullen uitstralen dat conciërgewerk een professioneel vak is, waar je wat voor moet kunnen en kennen. Het werk wordt er een stuk leuker op.”
 


Doelstelling van het Zeeuwse scholingstraject
Doelstelling van het Zeeuwse scholingstraject ‘Conciërge 2.0: succesvol werken in het onderwijs’ is de conciërges en facilitair medewerkers in hun werk en hun omgang en communicatie met leerlingen en collega’s (docenten) effectiever en professioneler te laten functioneren.

Modules die tijden het maatwerkprogramma in Zeeland aan bod komen zijn onder meer:
  • succesvol communiceren op de werkvloer;
  • omgaan met leerlingen;
  • omgaan met asociaal gedrag en agressie (fysieke en mentale weerbaarheid);
  • omgaan met straatcultuur en afwijkend probleemgedrag;
  • zelfkennis, persoonlijke effectiviteit en samenwerken;
  • facilitair beheer/ facilitaire surveillance en coördinatie;
  • klantgerichtheid, klantgericht werken en goed gastheerschap.

Tijdens het gehele scholingstraject ligt er veel nadruk op het oefenen van werk- en gesprekssituaties, waarmee conciërges in hun dagelijkse praktijk binnen de Zeeuwse scholen worden geconfronteerd. Het scholingstraject wordt daarbij ondersteund met een startbijeenkomst, bijeenkomsten met leidinggeven en huiswerkopdrachten.


Bekijk ook de bedrijfspresentatie van FiAC

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners