Hoe volwassen is facility management in de leeromgeving van po en vo?

E-mailadres Afdrukken

Het afgelopen schooljaar gingen er ruim anderhalf miljoen kinderen dagelijks naar een van de ongeveer 6600 basisscholen in Nederland. In het voortgezet onderwijs waren dat 960 duizend pubers die hun lessen volgden aan circa 650 instellingen. Dat aantal leerlingen samen is meer dan het aantal mensen dat in Nederland werkt in een kantoorgebouw. In die sector heeft facility management zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot een professioneel en volwaardig vakgebied. Maar hoe is dat in het onderwijs?


Het afgelopen halfjaar deden 16 studenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen in opdracht van Bouwstenen voor Sociaal een verkennend onderzoek naar de stand van zaken op het gebied van facility management (FM) in het PO en VO. Ze interviewden daarvoor maar liefst 32 respondenten die bij schoolbesturen en in scholen in Oost-Nederland op een of andere manier betrokken zijn bij facilitaire zaken.

Grote verantwoordelijkheid
Afgaande op de leerlingenaantallen, hebben die mensen een grote verantwoordelijkheid. Zeker als je daarbij het ruimtegebruik in die sectoren in ogenschouw neemt. In 2013 inventariseerde het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) dat we in Nederland ongeveer 15,8 miljoen m2 aan basisscholen hebben. Voor middelbare scholen was dat 12,5 miljoen m2. Per basisschoolleerling is dat 9,8 m2 en 13,6 m2 voor een leerling in het VO. Het is dus evident dat er veel geld gemoeid is met de huisvesting. Onderzoek van de Algemene Rekenkamer (2016) geeft aan dat scholen in het PO en VO in 2014 samen bijna 1 miljard euro in de lumpsum ontvingen voor gebouwonderhoud en aanpassingen in het interieur. Daarnaast ging er nog eens 1,5 miljard naar gemeenten ten behoeve van uitgaven voor nieuwbouw en uitbreiding van scholen in het PO en VO.

Duurzaamheid
Als het gaat over het beheer en onderhoud van onderwijsgebouwen, dan is dat over het algemeen in zowel het PO als het VO goed op orde. De regie voor gebouwonderhoud ligt voornamelijk bij de schoolbesturen. Het onderhoud is gebaseerd op meerjarenonderhoudsplanningen (MJOP) waarbij maatregelen en budgetten voor onderhoud zijn opgenomen in een gebouwbeheersysteem. De lumpsumvergoeding voor onderhoud maakt dat het voor scholen interessant wordt om te kijken naar de zogenaamde ‘total cost of ownership’ van hun gebouwen. Voorheen waren er voor gemeenten eigenlijk geen financiële prikkels, maar tegenwoordig loont het om te investeren in exploitatie verlagende gebouwaanpassingen.
 

Geen gewilde baan

Het facilitair management in het basis- en voortgezet onderwijs is geen aantrekkelijke baan voor pas afgestudeerde hbo’ers. Uit alumni-onderzoek van de facilitaire opleiding in Rotterdam blijkt dat de afgelopen elf jaar nauwelijks afgestudeerde studenten zijn gaan werken in het onderwijs. Tanja Zuijderwijk, hoofddocent Facility Management op de Hogeschool Rotterdam: “Voor zover ik weet, en ik heb veel alumni-onderzoeken voorbij zien komen, geldt dat ook voor andere facilitaire opleidingen. Jammer, want juist in het onderwijs is het facilitair management van grenzeloze waarde.” Ronald Beckers, hoofddocent en onderzoeker Facility Management in Nijmegen bevestigt dat het PO en VO geen populaire sectoren zijn voor alumni. Daarentegen vind je in het mbo, en zeker in het hbo, wel steeds vaker afgestudeerde facilitair managers.
Desgevraagd geven ook de studenten, na hun onderzoek naar de volwassenheid van het facilitair management in het PO en VO, aan dat een baan in het onderwijs voor hen minder interessant is. Wel zien ze dat ze juist in deze sector veel kunnen betekenen. Een facilitair manager als onderwijsbestuurder is ook een prikkelende gedachte.

Energiebesparing door gebruik te maken van zonnepanelen en ledverlichting is immers direct merkbaar in de energiekosten. Het onderzoek laat zien dat de VO sector daar wel verder in is dan het PO. Een reden daarvoor zou kunnen zijn dat bestuurders in het VO al sinds 2005 te maken hebben met een lumpsumvergoeding voor gebouwonderhoud en aanpassingen, terwijl dat voor bestuurders en directeuren in het PO pas sinds 2015 geldt. Duurzaamheid in het VO komt ook tot uitdrukking in de schoolcatering. Daar waar catering in het PO geen rol van betekenis speelt in het facilitair domein, geven veel respondenten in het VO aan dat ‘de gezonde kantine’ een relevant thema is op hun school.

Conciërge 2.0
Het onderzoek van de studenten wijst ook op andere aspecten uit dat er tussen het PO en het VO een verschil zit als het gaat over de manier waarop FM wordt ingevuld. In het PO wordt FM vooral gezien als een kostenpost en een noodzakelijk ‘kwaad’. De meeste respondenten uit het VO zien daarentegen dat ze met een goed geütiliseerde onderwijsomgeving kunnen bijdragen aan een optimaal leerklimaat in de school en bijvoorbeeld een rol kunnen spelen in het aantrekken van nieuwe leerlingen. Die bijdrage is niet alleen gerelateerd aan een mooi gebouw, maar wordt ook zichtbaar in de rol van de conciërge op middelbare scholen. Conciërges in het VO hebben zich ontwikkeld van klusjesmannen met een EHBO diploma, tot een team van facilitaire medewerkers die regelmatig trainingen en cursussen volgen om bij te blijven in hun vak. De ‘conciërge 2.0’ is daarbij ook pedagogisch onderlegd. Hij of zij vormt het aanspreekpunt voor de leerlingen van de school en is daardoor een belangrijke schakel tussen de facilitaire afdeling en het onderwijs. Het facilitaire team wordt bij de meeste VO scholen uit het onderzoek aangestuurd door een hoofd facilitaire zaken. Van oudsher zijn dat leraren, conrectoren of zelfs conciërges die min of meer bij toeval in die functie zijn beland. Slechts mondjesmaat zijn het hbo-opgeleide professionals met gedegen kennis van zaken.

Meten is weten
Toch is het facilitaire vakgebied in het PO en VO nog lang niet zo ver ontwikkeld als bijvoorbeeld in de kantorensector. FM in het onderwijs kenmerkt zich met name binnen de scholen door een sterke behoefte om het goed te willen doen voor leerlingen en collega’s uit het onderwijs. Omdat een facilitaire visie of facilitaire doelstellingen meestal ontbreken, is echter de vraag of de goede dingen worden gedaan en of die dingen goed gedaan worden. Momenteel ligt het accent op het beheren van faciliteiten in plaats van het managen. Om een volgende stap te kunnen zetten op de volwassenheidladder geldt ‘meten is weten’ en ‘massa is kassa’. Met name voor wat betreft dat laatste wordt er nog onvoldoende gebruik gemaakt van schaalvoordelen als het gaat over inkoop van middelen en diensten. Vooral daar kunnen overkoepelende onderwijsbesturen een significante bijdrage leveren aan efficiënt FM. Daarvoor is het wel nodig om op strategisch, tactisch en operationeel niveau de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden helder te hebben voor wat betreft bijvoorbeeld het aangaan van financiële verplichtingen, contracten, bestellen binnen contractafspraken en kwaliteitscontroles van uitbestede diensten als catering en schoonmaakdienstverlening.

Tot slot
Het blijft daarbij wel goed om te realiseren dat het streven naar een volwassen facilitaire organisatie geen op doel op zich is. Het is vooral een krachtig middel om schoolleiders en leerkrachten met FM te ontlasten en te ondersteunen in hun dagelijks werk en de toekomstige generatie in hun leren te faciliteren.

Over de auteur
Ronald Beckers ( Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. ) is hoofddocent bij de opleiding Facility Management aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en begeleidde de studenten die het onderzoek hebben uitgevoerd in opdracht van Bouwstenen voor Sociaal.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners