Onderwijsinstellingen hebben vaak onvoldoende grip op de financiële en operationele risico’s

E-mailadres Afdrukken

“Bezuinigingen, wijzigingen in wet- en regelgeving en maatschappelijke ontwikkelingen stellen de bedrijfsvoering bij onderwijsinstellingen bloot aan financiële en operationele risico’s. Het in kaart brengen van deze risico’s en hier vooraf op inspelen, gebeurt nog te weinig.” Dat constateert Jolande Waterschoot, Managing Consultant bij Aon Global Risk Consulting.

Jolande Waterschoot adviseert onderwijsinstellingen een structureel risicobeleid te ontwikkelen, zodat zij meer zicht hebben op welke risico’s zij lopen, deze beter af kunnen dekken en zich zo kunnen focussen op het primaire proces, het onderwijs.

Onderbouwing financiële positie

Maatregelen als het afschaffen van de Bestuur- en Managementvergoeding in het primaire onderwijs, de introductie van de functiemix, aanpassing van de BAPO-regeling en de langstudeerboete hebben volgens haar structurele en vaak verregaande invloed op budgetten waarover schoolbesturen beschikken. Schoolbesturen realiseren steeds vaker (structurele) tekorten op hun budgetten en moeten daardoor aanspraak doen op hun financiële reserves om deze budgetten aan te vullen. Ook controleert de Onderwijsinspectie tegenwoordig de doelmatigheid van het financiële beleid. Instellingen die de grenzen overschrijden, bijvoorbeeld doordat zij onnodig teveel reserves aanhouden, krijgen bezoek van de inspectie en dienen hun financiële positie te onderbouwen. Deze onderbouwing wordt ook gevraagd door andere stakeholders, zoals Raad van Toezicht en vakbonden in het kader van het opstellen van een sociaal plan.

Jolande Waterschoot: “De onderbouwing van de benodigde reserves is bij veel onderwijsinstellingen echter nog geen gemeengoed. Een onderwijsinstelling die weet dat er bezuinigingsmaatregelen aankomen, kan hiervoor reserves aanhouden. Voorwaarde is wel dat zij de mogelijke financiële gevolgen hiervan op gestructureerde wijze in kaart brengt.”

Risico van bouwheerschap

Naast bezuinigingsmaatregelen en wijzigingen in wet- en regelgeving attendeert Jolande Waterschoot ook op belangrijke risicogebieden voor onderwijsinstellingen als het bouwheerschap, personele lasten en maatschappelijke trends als vergrijzing en juridisering van de samenleving.

Het bouwheerschap voor verbouw of nieuwbouw ligt steeds vaker bij de onderwijsinstellingen zelf. De risico’s die aan het project verbonden zijn, komen daarmee voor rekening van de instelling. Het gaat hierbij niet alleen om kosten die voortkomen uit een overschrijding van het projectbudget, maar ook om bijvoorbeeld aansprakelijkheid bij ontwerpfouten.
De personeelsbestanden van veel onderwijsinstellingen verouderen door vergrijzing en de verhoging van de AOW-leeftijd. Hierdoor zijn de personele lasten vaak hoger dan de vergoeding die men ontvangt van het Rijk. Daarnaast is het belangrijk dat medewerkers betrokken blijven bij de organisatie. Een hoge score met betrekking tot employee wellness bepaalt het succes van de organisatie.

Jolanda Waterschoot signaleert ook een verzakelijking in de contacten van instellingen met ouders en bedrijven. “De juridisering in Nederland neemt toe. Bij een ongeval of letsel worden scholen steeds vaker aansprakelijk gesteld. Daarmee worden contracten en afspraken voor onderwijsinstellingen van steeds groter belang. Veel instellingen hebben hier nog te weinig aandacht voor.”

Risicomanagement noodzaak

Zij is er van overtuigd dat meer aandacht voor het risicobeleid onderwijsinstellingen geld kan opleveren. Een gestructureerde aanpak, waarbij een afstemming plaatsvindt tussen de risicobeheersing en –financiering, vindt zij daarbij essentieel. “Door continue wijzigingen binnen de instelling en haar omgeving dient risicomanagement een structureel onderdeel te zijn van de dagelijkse bedrijfsvoering,” benadrukt Waterschoot. “Op deze manier kunnen onderwijsinstellingen verder professionaliseren.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners