Hans Corstjens, directeur Platform Bèta Techniek: “Samen met het bedrijfsleven moeten de mbo’s techniekonderwijs regionaal stimuleren”

E-mailadres Afdrukken

Hiermee reflecteerde Hans Corstjens op de sprekers tijdens het derde het symposium “De 4e dinsdag in september” van Van Aarle de Laat. Sprekers luidden de noodklok vanwege de afnemende interesse - ondanks de groeiende vraag naar goed opgeleide vakmensen in techniek en zorg & welzijn - onder vmbo'ers en mbo'ers. Dagvoorzitter Gert Kant, voorzitter van de Raad van Bestuur van de Lentiz Onderwijsgroep, trapte af met een presentatie over de integrale aanpak die samen met het bedrijfsleven is toegepast op de Greenport-opleidingen in het Westland.

Beleving organiseren

Lentiz Onderwijsgroep heeft te maken met drie economische systemen: tuinbouw (Greenport), platteland (de groene long) en de havens (Mainport). De activiteiten van Lentiz gaan dwars door die economische systemen, maar, zoals in heel Nederland, is de interesse van jongeren voor techniek gering. Dit komt doordat in de algemene beeldvorming technische beroepen naar de achtergrond zijn geraakt.

Samen met het bedrijfsleven is Lentiz bezig met de ontwikkeling van topsectoren in de regio. Er wordt niet alleen ingezoomd op de behoeftes van het bedrijfsleven, maar ook op de vraag welk effect dat heeft op de denkwereld van een 12-16 jarige. Gert Kant: “Imago en aantrekkelijk werkgeverschap zijn dingen die bij werkgevers thuishoren, daar kunnen onderwijsinstellingen weinig aan doen. Wij kunnen een opleidingsaanbod maken dat als schakel dient tussen enerzijds de behoefte van de studenten en anderzijds de behoefte van de bedrijven.” Die aanpak is toegepast op de Greenport-opleidingen in het Westland. Volgens Gert Kant met succes, want het aantal aanmeldingen is in de afgelopen drie jaar verdriedubbeld. “We laten jongeren leren in een echte werksituatie, in een context die bij hen past. Daar zijn ze trots op, dat geeft hen status in hun omgeving. Door aandacht te hebben voor die belevingskant kunnen we jongelui dus meer interesseren voor techniekonderwijs.”

Een publiek-private coalitie

Dat techniekonderwijs een flink imagoprobleem heeft zegt ook van Joseph Dekkers, directeur van het Da Vinci College in Roosendaal. “De leerlingen die wij krijgen komen gemankeerd binnen. In de laatste jaren van de basisschool is hen ingeprent dat ze niet kunnen leren.” Met het Vakcollege Techniek worden leerlingen geënthousiasmeerd voor een technisch beroep. Vanaf het eerste leerjaar wordt er nauw samengewerkt met het bedrijfsleven.

Het onderwijs wordt grotendeels gegeven door leermeesters uit de bedrijven. “Zij brengen ons een andere cultuur, een ander verhaal en ze spreken een andere taal. Zonder enige didactische opleiding hebben we nu mensen in huis die 'het hebben'. Leerlingen nemen van hen veel gemakkelijker iets aan als het om kundigheid gaat.” De nieuwe aanpak is een succes: leerlingen, ouders en docenten zijn tevreden en de leermeesters zijn enthousiast. Dat het nog niet heeft geleid tot meer instroom van leerlingen, wijt Dekkers aan het imago van het vmbo, de uitstraling van het gebouw en de kwaliteit van de praktijklokalen.

Voor oplossingen voor het Vakcollege Techniek is Dekkers naar het bedrijfsleven gestapt. Zijn idee is dat er een privaat-publieke coalitie zou moeten ontstaan. Samen ontwikkelen de school en de bedrijven een aansprekende technische opleiding in een realistische leeromgeving. Het Da Vinci College doet het schoolse gedeelte en de bedrijven verzorgen gezamenlijk de praktijkopleiding. Over het idee zijn de bedrijven enthousiast, maar dat ze mee moeten financieren is flink obstakel. Als hierover geen overeenstemming komt is Dekkers bang dat hij uiteindelijk toch geen andere keuze heeft dan de school te sluiten.

Negatieve invloed van Cito-toets

Harry Verhoeven, directeur van de Bouw Educatie Groep Veldhoven, is de bedenker en ontwikkelaar van het techniekHuys in Veldhoven en gastheer van het symposium. Hij is ook beeldend kunstenaar, leraar en auteur van het, enkele jaren geleden verschenen, boek 'De Verwondering van het maken'.

Volgens Verhoeven is de situatie in het onderwijs ontstaan doordat we in een culturele crisis leven. In tegenstelling tot allerlei theorieën die de ronde doen is er wèl voldoende belangstelling voor techniek. Voortbordurend op het historisch perspectief dat Gert Kant schetste zegt Verhoeven dat de jeugd sinds de jaren zeventig techniek niet meer ervaren zoals het zou moeten. “Ze gebruiken techniek – zoals de smartphone – maar ze beleven het niet. Het onderwijs heeft de afgelopen 40 jaar geprobeerd leerlingen iets aan te leren in plaats van ze te vormen. “We moeten geen timmerlui opleiden, we moet ze opleiden zodat ze timmeren mooi vinden. Dat geldt voor elk beroep. Maar die cultuur zijn we kwijtgeraakt.”

Hij ziet de Cito-toets als de oorzaak van het tekort aan goede technische mensen. Ieder intelligent kind gaat op basis van zijn Cito-score naar de havo, ook al ligt zijn werkelijke interesse bij techniek. Naar de Nederlandse maakindustrie gaan de mensen met een lagere geestelijke gesteldheid. “Dat is in-triest. In de bouw zijn massa's faalkosten, weggegooid geld door domheid, laksheid, onbekwaamheid, doordat er verkeerde mensen op een verkeerd niveau die wereld zijn binnengeschoven.”

Een terugkeer naar de ambachtschool vindt hij geen oplossing, al was een van de succesfactoren van die scholen dat er een mix van mensen van verschillend niveau rondliep. “Die mensen inspireerden elkaar, met betrokken docenten die liefde voor hun vak hadden. Die mix hebben we hier op een moderne manier in het techniekHuys ook nagestreefd. Daarmee bieden we een kijkje in de toekomst.”

Een succesvolle leeromgeving

Herman Kok, docent faciliy management aan de Wageningen Universiteit, werkt aan de afronding van een promotieonderzoek naar de bijdrage van verschillende faciliteiten (catering, schoonmaak, onderhoud, inrichting) aan het studieresultaat op HBO's. Uit zijn onderzoek blijkt dat schaalgrootte veel effect heeft op het studiesucces. Grote onderwijsinstellingen zijn nadelig voor het sociale aspect van leren, omdat studenten zich dan snel anoniem voelen. Religie heeft ook een grote invloed op het studiesucces, dat is 18 procent hoger. “Dat heeft wellicht te maken met de thuissituatie met meer discipline. Maar het heeft ook te maken met de wijze waarop die scholen worden gerund. Managers praten er met passie en liefde over hun vak. Zij zien het gebouw als middel om het studieresultaat te verbeteren.”

Kok pleit voor een nieuw design bij het ontwerpen van onderwijsgebouwen. Hij is geen tegenstander van grootschaligheid, mits er voldoende mogelijkheden zijn voor contact tussen docenten en leerlingen. De gebouwen moeten bovendien open, lichte, schone en goed gefaciliteerde ruimten hebben, die het vakgebied tot in de haarvaten uitstralen.

Techniek opleidingen zijn kostbaar

Hans Corstjens, directeur van het Platform Bèta Techniek, signaleert evenals de andere inleiders een dalende instroom in de sectoren techniek en zorg & welzijn in vmbo en mbo en een trend om te kiezen voor een mavo-havo leerroute. Daar komt bij, dat technisch talent binnen enkele jaren weer voor een ander beroep kiest. En werkzoekenden komen bijna niet met techniek in aanraking omdat duurzame vormen van om- en bijscholing bijna niet meer bestaan.

Dat techniekopleidingen kostbaar zijn en een grote investeringslast leggen op mbo-instellingen, noemt Corstjens een belangrijke oorzaak van die frictie tussen vraag en aanbod. Ook is er sprake van versnippering; er zijn heel veel specialistische opleidingen ontstaan, terwijl de brede techniekopleiding vrijwel helemaal is verdwenen. “Jongeren op havo-niveau, die hun definitieve beroepskeuze willen uitstellen, zien die specialistische opleidingen als een beperking van hun keuze. Die ben je dus kwijt voor een baan in de techniek. Hetzelfde geldt in het hoger technisch onderwijs. Men pleit daar voor terugkeer naar een stuk of tien brede bacheloropleidingen.”

Corstjens vindt dat er een algehele herprofilering van het technisch onderwijs plaats moet vinden. De roc's zouden nu echt eens moeten gaan werken aan de oorspronkelijke opdracht van de schaalvergroting. Word krachtige beleidsrijke en beleidsmakende organisaties, die zelf over probleemoplossend vermogen beschikken en niet voor elk probleem naar Zoetermeer moeten. Zorg voor een gezonde financiële basis, voor herkenbare scholen met herkenbare profielen. Kies voor opleidingen die regionaal relevant zijn, zoek het bedrijfsleven op en ga publiek-private samenwerkingsverbanden aan. “Wij zijn heel erg vóór het opnieuw creëren van een experimenteerartikel in de wet om op het gebied van profilering, technologieopleidingen, publiek-private samenwerking, uitwisselen van docenten. Om meer ruimte te bieden voor die technische sector om wat verder te gaan met hun ideeën.”

“Mijn vingers jeuken”

Vervolgens vond er een plenaire discussie plaats, met name over de bereidheid van het bedrijfsleven om technisch onderwijs mee te financieren en de beschikbaarheid van middelen (fondsen ingesteld door brancheorganisaties). Daarna bedankte Chris van Mechelen namens gastheer Van Aarle De Laat de inleiders voor hun bijdrage. Tijdens de borrel na afloop gaven alle aanwezigen te kennen een boeiende en inspirerende middag te hebben gehad. Managing director Richard Swinkels van Van Aarle De Laat (foto links) verwoordde het als volgt: “Mijn vingers jeuken om hiermee aan de slag te gaan.”

Bekijk ook de bedrijfspresentatie van Van Aarle de Laat

Deel dit artikel op:

 

Reacties 

 
#1 Marco Spruijt 02-05-2013 09:01
Volgens mij is een bezoek aan een Open Dag van een bedrijf voor jongeren een hele goede stimulans om techniek te gaan studeren. Een Open Dag organiseren kost voor een bedrijf geld, en is in deze crisistijd al snel een kostenpost die daarom al snel geschrapt wordt. De overheid zou daarom (meer) subsidie moeten geven aan een bedrijf die een Open Dag organiseert .
Citeer
 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Mei uitgave

Partners