Beter onderwijs? Dan is investeren noodzakelijk! “Welke bijdrage kunnen onderwijsinstellingen daar zelf aan geven”

E-mailadres Afdrukken

Onderwijs moet beter. En daarvoor moeten we investeren. Welke bijdrage kunnen de instellingen daar zelf aan geven? Hoe kunnen de scholen en schoolbesturen voor het voortgezet onderwijs zelf het heft in handen nemen en er zo voor zorgen dat ons onderwijs bij de tijd blijft? Deze vraag zou kunnen suggereren dat investeren door een schoolbestuur iets nieuws is. Dat is niet zo.

In de laatste jaren is er fors geïnvesteerd! In de jaren 2005 tot en met 2009 is er in totaal ruim 2,2 miljard euro geïnvesteerd door alle VO instellingen samen. Er is dus geen sprake van dat scholen zich alleen maar bezig zouden houden met oppotten van middelen. Er wordt fors geïnvesteerd en dat is ook nodig om er voor te zorgen dat onze scholen eigentijds onderwijs kunnen blijven geven. Daarvoor wordt er door de overheid via het actieplan leerkracht extra geld gestopt in de mensen die het onderwijs dragen. En er is niets mis met het zorgen voor een goede betaling van de leraren en het bieden van carrièreperspectieven voor de leraren.

Afschrijvingskosten

Alle scholen willen ook graag dat de leerlingen en de leraren kunnen werken in een eigentijds gebouw met goede spullen. Daarvoor moet er veel worden geïnvesteerd. Geen probleem zeggen veel stemmen. De scholen hebben immers geld genoeg. Het is de laatste jaren gewoonte om ieder jaar een soort top tien van rijke schoolbesturen op te stellen en vervolgens te roepen dat er dus genoeg geld is om de noodzakelijke investeringen te betalen. Met die benadering dreigen de eigenlijke vragen rond investeren en financieren op de achtergrond te raken. En dat is levensgevaarlijk. Het draait niet om de vraag of een schoolbestuur geld heeft en of dat dan maar in nieuwe spullen gestopt moet worden. Investeringen in een school hebben net als in iedere andere organisatie een aantal gevolgen voor het huishoudboekje. Iedere investering betekent onherroepelijk dat er afschrijvingskosten zijn gedurende de levensduur van nieuw kapitaalgoed. Die afschrijvingskosten drukken op de jaarlijkse exploitatie van de school. Naast de afschrijvingskosten zijn er ook toe te rekenen rentekosten voor het geïnvesteerd vermogen. Voor de meeste investeringen geldt vervolgens ook dat er jaarlijkse kosten zijn voor onderhoud en bijvoorbeeld energie dat het nieuwe kapitaalgoed verbruikt.

Businessplan onmisbaar

Tegenover de kosten staan ook opbrengsten van de investering. Die opbrengsten kunnen bestaan uit besparingen op andere kosten en uit extra opbrengsten. Die extra opbrengsten zijn soms wel lastig te taxeren. Investeringen in de school leiden misschien wel tot beter onderwijs maar dat is niet hetzelfde als extra opbrengsten in financiële zin. Hoe dan ook voor een investeringsbeslissing is het noodzakelijk om een heldere afweging te maken van de kosten en de baten van de investering. Om die heldere afweging te maken is er in feite het maken van een businessplan onmisbaar. In dat plan wordt helder wat de te bereiken doelstelling is, wat de verwachte baten en wat de kosten zijn. De effecten op de solvabiliteit en de liquiditeit worden ook in het businessplan aangegeven.

Door deze aanpak verschuift de focus bij een investeringsbeslissing van het vermogen van de schoolbesturen naar een toekomstbestendige exploitatie van de school. Pas als de vraag of een duurzame exploitatie gerealiseerd kan worden met de investering positief is beantwoord komt de vraag aan de orde hoe de investering gefinancierd kan worden. De financiering kan net als elders in de maatschappij gebeuren met eigen middelen en met van buiten aangetrokken middelen, dat wil zeggen door een lening te sluiten.

Kapitalisatiefactor

De commissie Don vroeg in zijn rapport eind 2009 al meer aandacht voor de mogelijkheid om geld te lenen voor investeringen. Diezelfde commissie Don introduceerde ook het begrip kapitalisatiefactor. De kapitalisatiefactor zou dan als maatstaf gebruikt kunnen worden om te bekijken of een schoolbestuur zijn beschikbare vermogen voldoende effectief inzet voor het onderwijs. Inmiddels is die kapitalisatiefactor een vast bestanddeel van de financiële rapportage van schoolbesturen in het voortgezet onderwijs geworden. In de jaren 2005 tot en met 2009 is de kapitalisatiefactor voor het gehele voortgezet onderwijs gedaald van 0,47 naar 0,42.

“Investeringen in een school hebben net als in andere organisaties consequenties voor het huishoudboekje.”
De definitie van de kapitalisatiefactor is: (totale kapitaal -/- gebouwen en terreinen) / (totale baten + rentebaten) In het rapport van de commissie Don wordt afhankelijk van de schaalgrootte van het schoolbestuur een bandbreedte aangegeven van 0,35 tot 0,60.

Eigenaardig gevolg kapitalisatorfactor

Omdat de hoofdregel is dat het gemeentebestuur verantwoordelijk is voor het schoolgebouw blijven de schoolgebouwen en terreinen buiten deze definitie. Dat heeft dan wel een eigenaardig gevolg. Stel er is een schoolbestuur met een kapitalisatiefactor van 0,50 (zie verder figuur 1). Dit schoolbestuur besluit om een deel van het eigen vermogen te investeren in verbetering van het schoolgebouw en ziet de kapitalisatiefactor dus dalen als gevolg van de investering (figuur 2). Door de afschrijvingen zal de kapitalisatiefactor vervolgens weer stijgen tenzij er voortdurend met een tekort op de exploitatie wordt gewerkt. Een ander schoolbestuur met dezelfde vermogenspositie dat besluit om een deel van het eigen vermogen te investeren in andere zaken dan een gebouw ziet geen effect op de kapitalisatiefactor (figuur 3) terwijl de middelen wel worden geïnvesteerd ten gunste van het onderwijs. Een daling van de kapitalisatiefactor zal hier alleen optreden als er verliezen op de exploitatie worden geboekt.

Het merkwaardige is dus dat bij de huidige definitie van de kapitalisatiefactor het effect van investeringen op de kapitalisatiefactor afhankelijk is van de vraag of het gaat om een investering in gebouwen of in andere vaste activa. Daarmee is de kapitalisatiefactor nog geen betrouwbaar kompas voor onderwijsinstellingen.

Het is daarom verstandig om investeringsbeslissingen niet te nemen omdat er nu eenmaal vermogen beschikbaar is. Een investeringsbeslissing wordt genomen op basis van een afweging van de te verwachten bijdrage aan de doelstellingen van de school en op basis van de vraag of de exploitatie blijvend te realiseren is. Alleen dan levert een investering een positieve bijdrage aan het onderwijs. En dan wordt niet in de eerste plaats de school maar vooral ook de leerling rijker van de investering.

Deel dit artikel op:

 

Reacties 

 
#3 Wim Bos 14-02-2012 18:39
Vanzelfsprekend is het onderwijs gediend met goede gekwalificeerde leraren. Zowel de leerlingen als de leraren verdienen het om met goede spullen te werken in een eigentijdse school. Daarom is het van belang om zorgvuldig financieel beleid te voeren. Juist omdat de marges zo smal zijn is een duurzaam meerjaren beleid noodzakelijk. Investeren doe je niet omdat je geld hebt maar om het onderwijs nu en in de komende jaren te verbeteren. Een school als maatschappelijk e ondernemening houdt daarbij natuurlijk rekening met de spelregels die in onze samenleving gelden. Ook de regels met betrekking tot de kwaliteit van de leraar. Onderwijs is mensen werk en investerenin de mensen die het werk doen loont.
Citeer
 
 
#2 Hannes Minkema 13-02-2012 12:34
Kortom, de wet dwingt schoolbesturen om te investeren in bevoegde leraren. Al zijn er bestuurders die persoonlijk op het standpunt staan 'ach, wat zegt zo'n papiertje nu helemaal' en 'als je maar goed met kinderen kunt opschieten' of 'vakkennis veroudert snel', dat dondert niet. Het past schoolbesturen niet om een eigen afweging te maken of investeren in bevoegde leraren 'bijdraagt aan de doelstellingen', die afweging hebben samenleving & politiek al voor hen gemaakt.

Geen goede medische zorg zonder gekwalificeerde artsen, en geen goed onderwijs zonder gekwalificeerde leraren. Het is treurig dat de noodzaak tot het 'investeren in' gediplomeerde leraren verdedigd moet worden, mede vanwege het feit dat leraren er zijn om onze leerlingen aan diploma's te helpen.
Citeer
 
 
#1 Hannes Minkema 13-02-2012 12:33
Bovenstaande is geschreven vanuit het perspectief dat de vraag of bepaalde investeringen bijdragen aan de doelstellingen van de school, genomen worden door het schoolbestuur.

Er zijn echter ook investeringen die een bestuur te nemen heeft op wettelijk voorschrift. Zo moet de school brandveilig zijn, en het staat een bestuur niet vrij om eigen opvattingen te huldigen over wat brandveiligheid inhoudt.

Een voor de onderwijskwalit eit belangrijke investering is die in bevoegde leraren. De wet is duidelijk: scholen hebben bekwame leraren aan te stellen, en het bewijs van bekwaamheid is een lesbevoegdheid. Dat er vanwege het lerarentekort voorzieningen zijn getroffen voor de tijdelijke inzet van onbevoegd personeel, laat de wettelijke verplichting onverlet.
Citeer
 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Mei uitgave

Partners