Piet de Vries:"Onderwijsinstellingen kunnen kansen creëren om goed door deze bezuinigingen te komen"

E-mailadres Afdrukken

In het recent gesloten regeerakkoord van CDA en VVD wordt zowel bezuinigd als geïnvesteerd in onderwijs. Met goed financieel management moet het mogelijk zijn niet alleen in te spelen op nieuw beleid en maar ook bezuinigingen zoveel als mogelijk is het hoofd te bieden. Immers, financieel management is er niet alleen voor situaties van hoogtij, maar ook voor situaties, dat het tij keert.

Consequenties regeerakkoord voor onderwijs

Uit de financiële bijlage bij het regeerakkoord blijkt welke bedragen aan intensiveringen (de plussen) en ombuigingen (de minnen) door CDA en VVD zijn afgesproken voor de onderwijssector. In het inzetje zijn de structurele bedragen, die het PO en VO raken, weergegeven.

Tegenover een totaalbedrag van € 600 miljoen aan minnen staat een totaalbedrag van € 730 miljoen aan plussen. Per saldo dus een totaalbedrag van € 130 miljoen erbij. Natuurlijk is het vervelend als een onderwijsorganisatie op één of meerdere onderdelen wordt getroffen door de bezuinigingen, maar daar staan sectorbreed bezien wel de nodige middelen voor nieuw beleid tegenover. De onderwijssector in z’n geheel mag dus niet alleen maar klagen. Er bestaat wel grote weerstand tegen de bezuiniging op de budgettering voor Passend Onderwijs ter grootte van € 300 miljoen. Die weerstand is begrijpelijk. Het gaat immers om 1/7-deel van het geld, dat aan zorgleerlingen wordt besteed. Daar staat tegenover dat bijvoorbeeld uit publicaties van de AOb blijkt, dat sommige samenwerkingsverbanden PO en VO vaak onlogisch hoge reserves aanhouden. Voor hen moet hierin toch een mogelijkheid liggen om een financieel wat mindere periode door te komen?

Ook het onderwijs heeft te maken met de gevolgen van economisch mindere tijden. In het vervolg van dit artikel proberen we antwoorden te vinden op de vraag ‘Waarop moeten we alert zijn in magere tijden?’.

Besparen op bedrijfsvoering

‘Onderwijs laat € 300 miljoen liggen’ kopte het Financieel Dagblad in oktober 2010. Uit onderzoek onder 80 onderwijsinstellingen met jaaromzetten van meer dan € 45 miljoen blijkt, dat deze instellingen – van basisschool tot universiteit – gezamenlijk minstens € 300 miljoen kunnen besparen op hun bedrijfsvoering, met name door het inkoopbeleid te verbeteren. OCW/DUO biedt een gratis service die helpt de bedrijfsvoering via het professionaliseren van inkoop, krachten bundelen en samenwerking, positieve impulsen te geven. Voor meer informatie: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Eigen risicodrager voor bekostiging vervanging in PO

De bekostiging van vervanging wegens ziekte in het PO gaat veranderen. Het Vervangingsfonds (Vf) heeft besloten grote schoolbesturen (lumpsum vanaf € 20 miljoen) vanaf 1 augustus 2011 de mogelijkheid te bieden eigen risicodrager te worden voor het eerste ziektejaar. De middelgrote besturen (lumpsum tussen € 10 miljoen en € 20 miljoen) kunnen vanaf 1 augustus 2012 kiezen voor eigen risicodragerschap voor de kosten van vervanging voor de eerste 13 ziekteweken. Besturen, die kiezen voor het eigen risicodragerschap dragen minder premie af aan het Vf. Het verschil tussen de premie en de opslag van het ministerie van OCW kan dan worden gebruikt voor de dekking van de vervangingskosten in de periode van het eigen risico. Besturen kunnen er ook voor kiezen om de vervangingskosten bij het Vf te blijven declareren. De keuze aan de schoolbesturen. De afweging ‘Is het eigen risicodragerschap in financieel opzicht ja dan nee interessant?’ kan gemaakt worden, bijvoorbeeld op basis van de ziekteverzuimcijfers van de afgelopen jaren.

Matchpunt Passend Werk Passend Onderwijs

Besturen van SBO-scholen, (V)SO scholen of diensten ambulante begeleiding zijn geconfronteerd met een vermindering van de rijksbekostiging per 1 augustus 2010 voor wat betreft de rugzakken in het SBO en de ambulante begeleiding in het (V)SO. Deze bezuiniging was al vastgesteld door het vorige kabinet. Eén van de gevolgen kan zijn, dat schoolbesturen personeelsleden in het RDDF geplaatst hebben per 1 augustus 2010. RDDF-plaatsingen, die rechtstreeks het gevolg zijn van bovengenoemde vermindering van de bekostiging kunnen gemeld worden bij het Matchpunt Passend Werk Passend Onderwijs. Dit matchpunt begeleidt daarvoor in aanmerking komende werknemers van werk naar werk. Een succesvolle match leidt er toe, dat

  • het betrokken personeelslid weer verzekerd is van een structurele baan en
  • het schoolbestuur de noodzakelijke inkrimping van de personeelsformatie voor het verstrijken van de RDDF-periode heeft gerealiseerd (en daarmee een financiële besparing).

Voor meer informatie: www.passendonderwijs.nl/matchpunt

Meerjaren formatieplan

Vergeleken bij het bedrijfsleven verkeert het PO en VO in de riante positie, dat ruim een jaar van tevoren duidelijkheid bestaat over 95 % van de inkomsten. Andere sectoren zijn daar jaloers op. Ook in de situatie van teruglopende leerlingenaantallen en – in het verlengde daarvan – teruglopende bekostiging kan de onderwijsorganisatie door plaatsing van één of meerdere personeelsleden in het RDDF tijdig aansturen op vermindering van de uitgaven aan personele kosten. Door het gebruik van een meerjaren formatieplan kan de inzet van personeel en de daaraan verbonden kosten in evenwicht worden gehouden met de toegekende bekostiging. Het meerjaren formatieplan draagt ook bij aan een correcte opvolging van de complexe personele regelgeving in de onderwijssector (denk aan de instroomtoets als bedoeld in het Reglement Participatiefonds en de RDDF-plaatsing als bedoeld in de CAO PO).

Een goede koppeling tussen meerjaren formatieplan en de begroting, de tussentijdse rapportages en de eindejaarsprognose, is een voorwaarde, daarover later meer.

Analyse vermogenspositie

Het begon met publicaties van de AOb over (zeer) vermogende schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. Het resulteerde uiteindelijk in het Rapport Commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen (Commissie Don). Daarin staat de vraag centraal hoeveel vermogen een onderwijsinstelling moet aanhouden om enerzijds niet in financiële problemen te komen en anderzijds toch zoveel mogelijk geld ten gunste van het onderwijs te laten komen. De inspectie heeft recent zo’n 400 onderwijsinstellingen benaderd voor een onderzoek naar vermogens en budgetbeheer. De helft heeft een substantieel hoge verhouding tussen de jaarlijkse baten en het balanstotaal. De andere helft kenmerkt zich door een zwakke onderwijskwaliteit in combinatie met een hoge kapitalisatiefactor. De inspectie van het onderwijs dwingt die 400 onderwijsinstellingen dus tot analyse van de vermogenspositie.

Andere onderwijsorganisaties doen er goed aan op eigen initiatief een overzichtelijke analyse van de vermogenpositie te laten opstellen. De analyse kan helpen bij het antwoord geven op vragen als:

  • Welk buffervermogen voor risico’s moet worden aangehouden?
  • Welke investeringsruimte is noodzakelijk?
  • Is er dan nog sprake van vrij besteedbaar vermogen?

Betrouwbare begroting

De begroting van een onderwijsorganisatie wordt niet gemaakt om te beoordelen of (onderdelen van) de baten en lasten in evenwicht zijn, maar wordt gemaakt om keuzes te kunnen maken en de organisatie te (be)sturen. Werk daarom met een begroting, die is opgesteld vanuit het vertrekpunt ‘Welke uitgaven zijn waar nodig?’.

‘In control’-zijn of komen met betrekking tot de (personele en materiële) kosten start aan de uitgavenkant. Een onderwijsorganisatie kan zijn kosten in het komende kalender- of schooljaar vrij scherp begroten op basis van op dag X bekende contracten, ervaringscijfers, voornemens en benodigde formatie. Zo ontstaat een begroting, die gebaseerd is op helder begrote kosten op een bepaald moment. Als de kosten zo nauwkeurig mogelijk zijn berekend, wordt vervolgens de beschikbare dekking (baten) zo nauwkeurig mogelijk bepaald. Baten bekend op datum X aangevuld met aannames. In deze aannames schuilen de voornaamste risico’s.

Die aannames hebben bijvoorbeeld betrekking op nog onzekere inkomsten (bepaalde additionele subsidies) en nog onbekende aanpassingen en indexeringen (zal het Rijk gestegen salarissen en/of premies gaan compenseren?). Onderdeel van het begrotingsbesluit is besluitvorming over hoe te handelen indien de aannames niet (geheel) uitkomen. In dit denkmodel worden zo nauwkeurig mogelijk berekende uitgaven geplaatst tegenover zo nauwkeurig mogelijk becijferde inkomsten, inclusief oplossingen voor onzekerheden. De vraag of de personele en materiële baten de personele en materiële lasten dekken staat niet in de eerste plaats centraal. Bij structurele onevenwichtigheid onder de streep moet er natuurlijk wel worden ingegrepen.

Tussentijdse rapportages en eindejaarsprognose

Nadat de (personele en materiële) lasten en baten zo nauwkeurig mogelijk in de begroting zijn opgenomen, is het gewenst de realisatie regelmatig (maandelijks, tweemaandelijks of per kwartaal) in kaart te brengen. Betrouwbare tussentijdse informatie ontstaat niet door de kosten per onderdeel te vergelijken met de inkomsten per deelbudget. Betrouwbare tussentijdse informatie ontstaat door beide zijden van de begroting apart te analyseren.

Er moet worden gekeken naar de begrote en gerealiseerde kosten: kloppen de cijfers die in het begrotingsproces als ‘hard’ werden bestempeld, hoe ontwikkelen zich de aannames die zijn gedaan in het begrotingsproces, kunnen bepaalde aannames inmiddels al vervangen worden door ‘harde’ informatie en zijn er nieuwe ontwikkelingen? Al deze informatie leidt tot een bijgestelde eindejaarsprognose met betrekking tot de lasten.

Als lasten en baten zo benaderd worden, kunnen ze in een eindejaarsprognose opgenomen worden. Het is niet interessant of kosten en baten van verschillende onderdelen met elkaar in evenwicht zijn. In lumpsum heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid hier zelf keuzes in te maken. Die keuzes zijn zichtbaar in de totale begroting en moeten in meerjarenperspectief in evenwicht te zijn.

Door tijden van smalle marges heen

Een onderwijsorganisatie kan dus kansen creëren om goed door tijden van smalle marges heen te komen:

  • door serieus te onderzoeken of mogelijkheden als besparen op bedrijfsvoering, eigen risicodragerschap voor bekostiging van ziektevervanging, het Matchpunt Passend Werk Passend Onderwijs financiële voordelen kunnen opleveren en
  • met een meerjaren formatieplan, een analyse van de vermogenspositie, een betrouwbare begroting, tussentijdse rapportages en een eindejaarsprognose in financieel opzicht de zaak helder in beeld te hebben.

Onderwijsinstellingen: creëer kansen om goed door deze bezuinigingen heen te komen!

Piet de Vries is senior adviseur bij Infinite Financieel B.V. Het bedrijf dat u helpt grip te krijgen op uw interne organisatie, uw administratieve processen, uw (financiële) sturing en op uw bedrijfsvoering. De werkterreinen van Infinite Financieel beslaan controlling, interne organisatie, financiële sturing, bedrijfsvoering en administratieve processen. Infinite Financieel biedt verschillende diensten, die allen nauw samenhangen met de efficiency en effectiviteit van uw organisatie, met name gericht op de not-for profit sector.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Mei uitgave

Partners