Significant: “Schoolbesturen kunnen de leermiddelenmarkt zelf radicaal openbreken”

E-mailadres Afdrukken

Het geven van goed onderwijs, dat is waar scholen zich op willen richten. Onderwijs dat wordt ondersteund met de best passende leermiddelen en dat tegen aanvaardbare kosten. Met de huidige ontwikkelingen op die markt gebeurt echter het tegenovergestelde. Scholen moeten zich nu met randzaken bezighouden, en leermiddelen kiezen ze op basis van kosten in plaats van op basis van inhoudelijke criteria. Van de drup in de regen zo op het eerste oog. Maar eigenlijk is het de weg naar een hoosbui met een lekkend dak.

Weet u nog enkele jaren terug? De ouders moesten de leermiddelen kopen die waren voorgeschreven door de scholen. Wat die leermiddelen toen kostten was niet relevant voor de keuze van de scholen. Het ging vooral om de inhoudelijke kwaliteit: welke leermethode is volgens de vakdocenten de beste? Het beste om kennis over te dragen en het beste om mee te werken qua aanvullende werkboeken en ander ondersteunend materiaal. De keuze kwam dus vanuit de inhoud en dat is erg goed want we willen graag enthousiaste en gedreven docenten. Laten we dit positieve even onthouden.

Hoe ziet de leermiddelenmarkt er nu ongeveer uit?

  • 90% van de leermiddelen wordt gemaakt door drie uitgeverijen: Noordhoff, ThiemeMeulenhoff en Malmberg
  • 10% van de leermiddelen wordt dus gemaakt door uitgeverijen met veelal een specifieke niche
  • De uitgeverijen zijn goed in het ontwikkelen van leermiddelen, niet in fijnmazige Distributie
  • De distributie op pallets naar scholen kunnen uitgeverijen nog wel verzorgen, maar op leerlingniveau boekenpakketten maken: daar zij ze niet op toegerust
  • Dus scholen doen dat zelf, of ze laten dat verzorgen door een daarin gespecialiseerde distributeur.
  • 99% van de markt is verdeeld over twee grote distributeurs: Iddink (30-40% van de markt) en Van Dijk (60-70% van de markt)
  • 1% van de markt ligt dus bij lokale spelers
  • Wil je als school de beste leermiddelen van verschillende uitgeverijen, dan kom je uit op een contract met Iddink of Van Dijk.

Dan nu naar de keerzijde hiervan: die leermiddelen – in de bewoordingen van onze 538-koning Edwin Evers - kostten toen wel erg duur. De leermiddelen kostten per stuk al een hoop geld en zo ongeveer alles wat bij een methode hoorde werd voorgeschreven. De scholen hadden er geen centje pijn aan want de ouders moesten toch betalen. Een goede reden voor het ministerie van OCW om dit te veranderen en de financiële pijn neer te leggen bij degenen die bepaalden hoe zwaar de pijn zou worden: bij de scholen dus. In feite is de nieuwe wetgeving een inkomensmaatregel, die overigens op korte termijn stevig wordt geëvalueerd door de minister.

Scholen zijn aanbestedingsplichtig. Het gevolg is dan ook dat de leermiddelen Europees moeten worden aanbesteed. Europees aanbesteden is niet meer dan inkopen binnen een transparant kader. Goed toegepast helpen die regels prima om de juiste keuzes te maken: keuzes in wat je nou echt nodig hebt en via welke weg je daar komt. Regels die in de regel óók helpen om de juiste marktwerking te krijgen.

Alleen… in dit geval is tegelijk met invoeren van het Europees aanbesteden van leermiddelen de marktwerking juist zwaar verminderd. Wat is er gebeurd?

Van de drup in de regen

Met het Europees aanbesteden van leermiddelen ‘moesten’ de distributeurs gaan inschrijven. Onderhandelen en na wat heen en weer praten een deal sluiten was er immers niet meer bij. Goed inschrijven is een kunst, en die kunst hebben die grote distributeurs zich eigen gemaakt. Zo goed zelfs dat al de kleinere distributeurs geen kans kregen en in een jaar tijd zo ongeveer van de markt waren weggevaagd. Het feit dat de distributeurs inschrijven heeft te maken met de wijze waarop de aanbestedingen in de markt werden gezet: ze werden toegeschreven naar distributeurs. Scholen kregen wat ze vroegen.

Na de nodige overnames en consolidaties zijn er nog twee grote distributeurs over voor de gehele Nederlandse boekenmarkt. In ons ouderwetse economieboek heet dat een oligopolistische markt met kenmerken als strategisch inschrijven en elkaar het leven niet al te moeilijk maken. Die theorie blijkt in de praktijk te kloppen… de prijzen dalen nauwelijks tot niet. Sterker nog: in enkele gevallen ging de prijs zelfs omhoog. Leve de marktwerking!

Op zoek naar een stevige paraplu…

Maar het gaat nog erger worden op termijn als we het tij niet tijdig keren. Waarom hadden scholen de distributeurs ook alweer nodig? Dat was omdat ze leermiddelen van verschillende uitgevers willen hebben én de logistiek zoals innemen en uitgeven van boeken geregeld moeten hebben.

Intern boekenfonds

Een intern boekenfonds is een fonds waarbij de school zelf de boeken in eigendom heeft en vervolgens de fijnmazige distributie verzorgd. De school koopt dan boeken en recirculeert deze zelf op de scholen. U kent het wel: de bekende gymzaal met de boeken op stapeltjes.

Een extern boekenfonds is een fonds waarbij de school de boeken huurt en betaalt voor de huur en de fijnmazige distributie. De school wordt volledig ontzorgd.

Dat punt van die verschillende uitgevers is natuurlijk te omzeilen. Alle uitgeverijen kunnen immers voor vrijwel alle vakken een leermethode leveren. En alleen voor die paar vakken waar dat niet het geval is kun je gewoon na wat onderhandelen naar een andere uitgeverij; het gaat om weinig geld en juridisch gezien mag dat. Dus wat zien we nu gebeuren: scholen gaan de logistiek zelf regelen en één leverancier selecteren die alle leermiddelen kan leveren. Ineens ligt de markt weer open en is er sprake van concurrentie. Immers: op pallets aanleveren kunnen de uitgevers en ze kunnen nu rechtstreeks aanbieden aan de scholen. Distributeurs worden min of meer op een zijspoor gezet want zij moeten de boeken ook halen bij de uitgevers, en er vervolgens zelf nog aan verdienen. En wat ze extra leveren (logistieke dienstverlening) vraagt de school niet; lastig dus om concurrerend aan te bieden.

Effect: stevige concurrentie en scherpe aanbiedingen. Dit keer rechtstreeks vanuit de uitgevers. Mooi? Ja; voor de korte termijn…

…komen we van de regen in een hoosbui

De parallel tussen de distributeurs- en de uitgeversmarkt vertoont namelijk sterk gelijke en daarmee verontrustende trekken. Het speelveld begon met concurrentie tussen drie grote en een groot aantal kleine distributeurs. Na de eerste marktslag bleven er drie grote over en na overname consolideerde de markt naar twee. Het speelveld met de uitgevers begint bij de uitgevers met drie….het mogelijke effect op de langere termijn is duidelijk.

Bevlogenheid

De bevlogenheid van een docent bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van het onderwijs. Die bevlogenheid zoeken we op allerlei manieren. Tegelijkertijd zeggen we tegen die docent: `maar je moet het vak wel met deze methode doen. Of die keuze is gebaseerd op de vakinhoudelijke beoordeling? Nee, het is een gevolg van zuiver bedrijfseconomische keuzes.’

Welkom bevlogenheid!

Eerst maar even terug naar de kortere termijn. De school kiest één uitgever. De beste aanbieding voor het gehele leermiddelenpakket leidt tot de keuze voor een uitgever en daarmee tot de leermethoden die de school ter beschikking krijgen. En dus zijn niet de vakinhoudelijke afwegingen om onze kinderen het beste te kunnen leren bepalend voor de keuze van een leermethode. De kwaliteit van het kunnen schrijven van een goede offerte is daarmee dus bepalend voor de methode waarmee docenten doceren en kinderen leren.

En wat gebeurt er na afloop van het contract en een andere uitgever blijkt het beste in het offerteschrijven? Inderdaad: alles weer omzetten naar een nieuwe lesmethode. Oftewel: via het traditionele model via de distributeurs betaalde je als onderwijssector te veel, maar kon je van de verschillende uitgevers wel de beste leermethode kiezen. Via een tussenstation met andere concurrentieverhoudingen komen we er op termijn bij uit dat het onderwijs te veel betaalt aan de uitgevers, en bovendien alleen kan kiezen uit de methoden die de betreffende uitgever biedt.

… en die hoosbui verandert van richting

Geleidelijk zien we een verschuiving van fysieke leermiddelen (folio) naar digitale leermiddelen. Voor die digitale leermiddelen moet er een passende ICT-infrastructuur, laptops of I-dingen en andere zaken zijn geregeld. Complex. Zelfs voor organisaties die in zulke complexe ICTzaken zijn gespecialiseerd.

Terug naar professionaliteit

Voor het management van scholen liggen hier dus nog wel stevige veranderkundige uitdagingen. Zo hebben veel docenten een ingesleten patroon waarbij ze denken vanuit de methoden. De kracht van docenten om leerroutes uit te werken moet dus opnieuw worden aangesproken, en wel leerroutes die losstaan van de methoden. Daarmee komt de docent weer in de rol waar hij ooit in is begonnen: een professional die uit een scala van mogelijkheden didactisch de beste leerroute uitzet, los van welke methode dan ook. Pas daarna zoekt hij de methodes erbij, waarbij de toenemende digitalisering steeds meer mogelijkheden biedt om zelf content te arrangeren.

Toch moeten scholen dit erbij doen. Dus naast het verkrijgen van de leermiddelen ook nog zorgen dat die digitale leermiddelen kunnen worden toegepast. De meest eenvoudige zaken waar je aan moet denken is het aantal concurrent users, bandbreedtes, levensduur van de accu’s van beschikbaar gestelde laptops en de oplaadmogelijkheden. Complexer wordt het als het gaat om interactiviteit tussen student en docent, waarbij de juiste synchronisatie van gegevens belangrijk wordt. Complex dus en niet ‘des onderwijs’.

… maar de dakreparatie is niet toekomstbestendig

Zoals we zeiden gaan de scholen taken overnemen van de distributeurs en zaken zelf organiseren. Hierbij hanteert men argumenten als `de mensen lopen er toch’ en `de benodigde ruimte is al aanwezig’. En links en rechts zet men toch wat extra mensen in.

Oftewel: de interne kosten maken we niet zichtbaar en op termijn zijn het geen activiteiten die gaten vullen, maar zijn het wezenlijke bestanddelen van de functie van iemand of van een gebouw. In de toekomst besparingen realiseren wordt hierdoor lastiger.

Laten we beginnen te werken vanuit de basis…

De leermiddelenmarkt is complex. Toch zijn de essenties op de keper beschouwd heel eenvoudig:

  • Uitgevers hebben het ontwikkelen van didactisch verantwoorde lesmethoden als core business. Het is hierbij niet relevant wat de verschijningsvorm of de drager is: gedrukt meerjarig te gebruiken boek, werkboek of digitale projectie op pc, laptop, I-ding of smartboard.
  • De kosten van leermiddelen zitten voor het merendeel in de ontwikkeling van de kennis. We vertalen dat traditioneel naar de prijs van een boek. De kosten van sec een boek drukken vallen vrijwel in het niet bij de totale kosten. Voor een uitgever zal het daarom nauwelijks wat uitmaken of hij een leermiddel als boek moet leveren of - bijvoorbeeld – als pdf mag mailen.
  • Keuze van de in te zetten leermiddelen hoeft niet van de prijs per artikel zoals die in de catalogus staan, af te hangen. Immers, de kosten voor de uitgever zijn al gemaakt met het ontwikkelen, zo zagen we bij de vorige bullet. Als een school alles wil, inclusief extra werkboeken en docentenhandleidingen, en ook nog eens een pdf voor de mensen die naast een boek graag vanaf een scherm werken, dan hoeft dat voor de prijs dus eigenlijk ook niets uit te maken.
  • Scholen zijn onze toekomst door het opleiden van onze kinderen. Daarvoor moeten ze kunnen kiezen uit de beste methoden, met alle bijbehorende middelen en passend bij de toenemende digitalisering.
  • Toenemende digitalisering mag niet worden belemmerd door het hebben van fysieke boeken die nog niet zijn afgeschreven. Het stenen tijdperk ijlt anders wel erg lang na.
  • ICT in de vorm van een goede infrastructuur, passende middelen zoals smartboards, laptops en I-dingen is bij de onvermijdelijke digitalisering cruciaal.

Ergo: Printen, drukken, digitaal distribueren en ICT zijn geen terreinen die uitgevers en scholen tot hun core business mogen rekenen. Toch is dit waar het nu feitelijk om draait als we willen dat scholen de beste methoden moeten kunnen kiezen (van verschillende uitgevers), alle bijbehorende materialen moeten kunnen inzetten (want dat kost immers niets extra’s), daarbij hybride kunnen werken (overgaan van fysiek naar digitaal en zelfs naast elkaar gebruiken) en wel zodanig dat het altijd goed werkt (de pc die nu wordt aangeschaft is ook volgend jaar nog goed). En toch zijn scholen en uitgevers nu juist op deze terreinen bezig.

Naar content distributer?

De documentaire informatiediensten, diensten op het gebied van printer/copiers én de zo cruciale ICT-dienstverlening integreren al jaren steeds meer tot een vloeiend samenspel dat we nu document management noemen. Eigenlijk distribueert men content, en die content verschijnt vervolgens op uiteenlopende dragers: via lijnverbinding op het beeldscherm, USB, print uit een copyshop, lokale print of zelfs uit een boek. De markt van document management is volwassen en helpt organisaties zich te concentreren op hun core business.

Wellicht is dat wel het vanuit onderwijs en uitgevers gewenste toekomstbeeld. Eén partij die de distributie van content - ongeacht de verschijningsvorm - tot en met de eindgebruiker inclusief ondersteuning van de benodigde functionaliteit als core business heeft. De uitgever kan zich dan weer volledig richten op de kwaliteit van de onderwijsmethode en de school kan zich richten op het geven van onderwijs. De content distributer zorgt voor de randzaken zoals het verspreiden van de content via de gewenste verschijningsvorm en het verstrekken van de bijbehorende devices.

Zo’n moderne content distributer werkt ook geheel anders dan de traditionele handelaa die iets koopt en daarna doorverkoopt met een marge erop; dat is het oude ketendenken. De content distributor creëert feitelijk een marktplaats. Deze marktplaats biedt scholen de flexibiliteit de uiteindelijk contentkeuze aan de docent over te laten, en is zo ingericht dat uitgevers hun materiaal snel aan de veranderende behoefte van de school kunnen aanpassen.

…en vanuit die basis op doordachte wijze de markt uitdagen met oplossingen te komen

De scholen zijn in principe zelf in staat om te bewerkstelligen dat alle partijen zich richten op waar ze goed in zijn. Tegelijk kunnen ze zorgen dat er een goede marktwerking ontstaat die leidt tot goede kwaliteit voor goede prijzen. Wat ze daarvoor moeten doen is vrij eenvoudig:

  • Werk een gedegen visie uit op onderwijs en de onderwijsontwikkeling.
  • Schrijf op hoe leerlijnen eruit zien en ontwikkel op basis daarvan het leermiddelenbeleid. Voor nu en de nabije toekomst. Expliciteer dat.
  • Schrijf op wat je van de markt wilt aan leermiddelen (content, en altijd actueel), en aan ondersteunende middelen (zoals laptops).
  • Stel een doordachte aanbestedingsstrategie op waarmee je de leveranciersmarkt uitdaagt om met oplossingen te komen die passen bij jouw beleid.
  • Zorg er ook voor dat die aanbestedingsstrategie alle marktpartijen zodanig op scherp zet dat ze het beste laten zien.

Niet vragen wat geboden wordt, maar vragen wat je als school wilt hebben (en dat een beetje slim ingericht). Niks meer en niks minder.

 

John van Pelt (links) en Richard Lennartz zijn beiden werkzaam bij Significant: http://nl.linkedin.com/in/rlennartz http://www.linkedin.com/in/johnvpelt

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Juni uitgave

Partners