Door wijzigingen in wet- en regelgeving is BTW niet altijd een kostenpost!

E-mailadres Afdrukken

De wet- en regelgeving omtrent onderwijs en btw is de afgelopen jaren op diverse punten gewijzigd en er zeker niet eenvoudiger op geworden. Door echter slim om te gaan met deze wet- en regelgeving kunt u wellicht diensten inkopen zonder btw en/of btw op ingekochte goederen en diensten (deels) terugvragen van de fiscus. Uiteraard is het ook van belang dat u waar nodig ook btw afdraagt aan de fiscus om zodoende fiscale claims te voorkomen.

Om u te wijzen op enkele mogelijkheden en risico’s ten aanzien van de btw in het onderwijs zullen wij in deze bijdrage ingaan op de volgende vijf zaken:

  1. Nieuwbouw van scholen
  2. Sportaccommodaties (o.a. gymzalen)
  3. Inkoop van goederen en/of diensten uit het buitenland
  4. Uitlenen van personeel
  5. Gedeeltelijke (“pro-rata”) aftrek van btw op kosten mogelijk?

Allereerst zullen wij echter kort enkele hoofdregels op het gebied van onderwijs en btw schetsen.

Hoofdregels onderwijs en btw

In beginsel is iedere ondernemer die goederen levert en/of diensten verricht btw verschuldigd over zijn omzet. Hier staat tegenover dat deze ondernemer de btw op ingekochte goederen en diensten in de regel ook in aftrek kan brengen.

Ook onderwijsinstellingen zijn ondernemer voor de btw. In de wet is echter geregeld dat voor het verstrekken van bepaalde soorten onderwijs, zoals het wettelijk geregeld onderwijs en het onderwijs dat is opgenomen in het Register Kort Beroepsonderwijs (RKBO) een vrijstelling van btw geldt. Deze vrijstelling geldt ook voor de examinering en de nauw met het onderwijs samenhangende leveringen en diensten, zoals bijvoorbeeld de verkoop en verhuur van bepaalde schoolboeken. Het voorgaande betekent dat de meeste onderwijsinstellingen voor hun onderwijsactiviteiten geen btw hoeven af te dragen aan de fiscus. Hier staat echter tegenover dat de btw op de kosten die hiermee samenhangen in de regel ook niet aftrekbaar is.

Tot zoverre lijkt het allemaal nog goed te overzien, maar helaas is het in de dagelijkse praktijk niet zo simpel als het lijkt. Niet alle dienstverlening van onderwijsinstellingen valt namelijk onder voormelde vrijstelling. Zo heeft de rechter bijvoorbeeld bepaald dat de verhuur van schoolkluisjes niet nauw met het onderwijs samenhangt en dus belast is met btw. Ter zake van de verhuur van schoolkluisjes moet derhalve btw worden afgedragen aan de fiscus. Dit is enerzijds een nadeel, anderzijds bestaat voor dergelijke btw-belaste activiteiten ook recht op aftrek van btw op kosten die hier rechtstreeks aan toe te rekenen zijn (bijvoorbeeld de aanschaf van de kluisjes).

Hierna zullen wij ingaan op vijf situaties in het onderwijs waar de btw zeker nadere aandacht verdient.

Nieuwbouw en btw

Mede vanwege de doorcentralisatie komt het steeds vaker voor dat onderwijsinstellingen hun eigen nieuwbouw realiseren of aankopen. Voor de btw zijn hierbij met name de volgende drie punten van belang:

  1. Hoe kan de eventueel benodigde grond fiscaal zo gunstig mogelijk worden aangekocht?
  2. Krijgt de onderwijsinstelling te maken met de zogeheten integratieheffing?
  3. In hoeverre is aftrek van btw op de nieuwbouw mogelijk?

Ad 1

Als de onderwijsinstelling eerst de grond aankoopt, voordat de nieuwbouw wordt gerealiseerd, is het zinvol om te beoordelen hoe deze grond fiscaal zo gunstig mogelijk kan worden aangekocht. Zo is het onder omstandigheden voordelig om de grond met 6% overdrachtsbelasting aan te kopen, terwijl het in andere gevallen (zie ad 2 hierna) voordeliger is om de grond met 19% btw aan te kopen. Door hier tijdig over na te denken, is het vaak nog mogelijk om tussen deze twee varianten een keuze te maken.

Ad 2

Bij nieuwbouw op eigen grond kunnen sommige onderwijsinstellingen met een zogeheten integratieheffing te maken krijgen. Voorzover onderwijsinstellingen de nieuwbouw louter gebruiken voor het verstrekken van wettelijk geregeld onderwijs zal dit niet het geval zijn. In de meeste andere gevallen, waarbij in de nieuwbouw bijvoorbeeld ook vrijgesteld beroepsonderwijs wordt gegeven of waarbij bijvoorbeeld ruimtes vrijgesteld van btw aan derden worden verhuurd, zal de onderwijsinstelling wel te maken krijgen met de integratieheffing. De integratieheffing komt er op neer dat de onderwijsinstelling tijdens de bouw alle btw op de bouwkosten in aftrek mag brengen, maar op het moment van ingebruikname btw moet afdragen over alle voortbrengingskosten, met inbegrip van kosten waarop geen btw drukt zoals bijvoorbeeld verzekeringspremies en gemeentelijke leges. Dit betekent enerzijds een cashflowvoordeel, anderzijds kan het per saldo ook geld gaan kosten. Zeker als de grond waarop gebouwd wordt al langer in eigendom is en bij onbelaste voortbrengingskosten.

Ad 3

Zowel in het geval van een integratieheffing als bij de aankoop van een kant-en-klaar pand is het raadzaam om te onderzoeken in hoeverre aftrek van btw op het pand mogelijk is. Zo bestaat bijvoorbeeld recht op aftrek van btw voor het deel van het gebouw dat gebruikt wordt voor de btw-belaste verhuur van kluisjes. Ook voorzover de nieuwbouw wordt gebruikt voor de exploitatie van kantines en snoep- en drankautomaten waarvoor aan aparte vergoeding in rekening wordt gebracht aan de leerlingen, bestaan mogelijkheden op een deel van de btw op de aanschaf van het pand terug te vragen. Tot slot biedt ook de pro-rata aftrek (zie hierna) vaak mogelijkheden om een deel van de btw op de aanschaf terug te vragen.

Conclusie

Aan nieuwbouw zitten de nodige btw-aspecten, die ook een voordeel kunnen opleveren. Mede vanwege de grote financiële implicaties die de btw-aspecten van nieuwbouw met zich meebrengt, is het raadzaam om hierbij tijdig een btw-specialist in te schakelen.

Sportaccommodaties en btw

Als de exploitatie van een sportaccommodatie (bijv. gymzaal) zodanig wordt vormgegeven dat voor btw-doeleinden sprake is van het “gelegenheid geven tot sportbeoefening”, kan deze exploitatie btw-belast plaatsvinden. Alsdan moet ter zake van de inkomsten die hiermee gegenereerd worden 6% btw (het verlaagde btw-tarief) worden afgedragen. Hier staat tegenover dat de btw op de realisatie en het onderhoud van de sportaccommodatie aftrekbaar is. Aangezien ter zake van de aanschaf en het onderhoud veelal 19% btw verschuldigd is, kan aldus door het btw-belast exploiteren van een sportaccommodatie veelal een voordeel worden behaald.

Indien een onderwijsinstelling of een gemeente derhalve een nieuwe sportaccommodatie gaat realiseren, is het goed om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om deze exploitatie vanuit het oogpunt van de btw zo gunstig mogelijk plaats te laten vinden.

Inkoop van goederen en/of diensten uit het buitenland en btw

Als een onderwijsinstelling goederen en/of diensten inkoopt in het buitenland, zal er in veel gevallen geen btw op de factuur staan vermeld, maar wel “0% btw” of “btw verlegd”. Hierdoor lijkt het inkopen van goederen en/of diensten uit het buitenland voordeliger te zijn, dan wanneer deze goederen en/of diensten in Nederland worden ingekocht.

Helaas is dit niet het geval. Op het moment dat een buitenlandse partij aan een onderwijsinstelling factureert met “0% btw” of “btw verlegd”, moet de onderwijsinstelling in de meeste gevallen zelf de verschuldigde btw op haar btw-aangifte afdragen aan de fiscus. Doet de onderwijsinstelling dit niet, dan kan de fiscus deze btw bij de onderwijsinstelling naheffen en eventueel heffingsrente en een boete in rekening brengen. Het is derhalve van groot belang om hier goed op te letten.
Mocht de onderwijsinstelling zelf ook goederen leveren en/of diensten verrichten aan een afnemer in het buitenland, dan is het uiteraard ook belangrijk te letten op de juiste btw-behandeling hiervan.

Inlenen van personeel en btw

Bij het inlenen van personeel is als hoofdregel btw verschuldigd. Zeker in de onderwijssector zijn op deze hoofdregel echter diverse uitzonderingen, waarbij het inlenen van personeel zonder btw kan plaatsvinden. Dit laatste is uiteraard in de regel het meest voordelig voor de onderwijsinstelling.

Hierbij enkele voorbeelden waarbij het inlenen van personeel onder voorwaarden zonder btw mogelijk is:

  • Het inlenen van docenten van een andere onderwijsinstelling als het inlenen onontbeerlijk is voor het verlenen van onderwijs door de inlenende onderwijsinstelling en de terbeschikkingstelling niet in hoofdzaak strekt tot het verkrijgen van extra opbrengsten.
  • Het inlenen van een ZZP-er die hetzij wettelijk geregeld onderwijs verstrekt, hetzij andere onderwijsdiensten verleent en is ingeschreven in het RKBO.
  • Het inlenen van wetenschappelijk personeel door instellingen voor wetenschappelijk onderzoek.
  • Het inlenen van onderwijzend personeel in het kader van arbeidsmobiliteit.

Zeker als met het inlenen van personeel grotere bedragen zijn gemoeid, is het raadzaam te onderzoeken of het mogelijk is om dit zonder btw plaats te laten vinden. Uiteraard geldt het voorgaande ook voorzover de onderwijsinstelling zelf personeel aan een andere onderwijsinstelling uitleent.

Gedeeltelijke aftrek van btw op kosten mogelijk?

Zoals hiervoor al kort is aangestipt, kan een onderwijsinstelling geen aftrek van btw claimen op kosten die rechtstreeks en volledig aan btw vrijgestelde activiteiten moeten worden toegerekend. Zo bestaat er bijvoorbeeld geen recht op aftrek van btw op de aanschaf van schoolboeken.

Voorzover bepaalde kosten rechtstreeks en onmiddellijk aan btw-belaste activiteiten kunnen worden toegerekend, bestaat er echter wel volledig recht op aftrek van btw. Zo is bijvoorbeeld de btw op de aanschaf van schoolkluisjes volledig aftrekbaar als voor de verhuur van deze kluisjes een aparte vergoeding in rekening wordt gebracht.

Naast voormelde twee categorieën bestaat er ook nog een grote categorie kosten die niet specifiek aan een bepaalde activiteit kan worden toegerekend, de zogeheten indirecte algemene kosten of overhead. Voor de btw op deze kosten bestaat veelal een gedeeltelijk (“pro-rata”) recht op aftrek van btw. Deze “pro-rata” wordt bepaald op basis van de verhouding tussen de btw-belaste omzet ten opzichte van de totale omzet. Het percentage dat hieruit komt, mag altijd naar boven worden afgerond. Zo zal een onderwijsinstelling derhalve ook bij een relatief kleine btw-belaste omzet al recht hebben op 1% aftrek van de btw op algemene kosten. De meeste onderwijsinstellingen maken thans geen gebruik van deze regeling, terwijl zij hier wel recht op hebben. Het is raadzaam om te onderzoeken wat het financiële belang van deze regeling voor uw onderwijsinstelling is en of het bedrag van de overhead in uw administratie eenvoudig kan worden bepaald. Mocht dit belang beperkt zijn, dan kan overwogen worden om de btw op indirecte algemene kosten niet te verrekenen maar dit bij een eventuele discussie met de fiscus in de toekomst als wisselgeld te gebruiken. Mocht de pro-rata wel leiden tot een substantieel voordeel is het uiteraard zinvol om hiervan gebruik te gaan maken. Hierbij is het nog van belang om te weten dat deze pro-rata aftrek ook nog voor de afgelopen vijf jaren geclaimd kan worden.

Tot slot

De btw behoeft in het onderwijs niet altijd een kostenpost te zijn. Zeker bij grotere uitgaven is het raadzaam om te onderzoeken of en zo ja, welke mogelijkheden er zijn om de btw-druk te beperken. <<

Voor meer informatie over dit artikel kunt u contact opnemen met Amerens Bouwman, Indirect Tax, Ernst & Young Belastingadviseurs LLP ( Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. ).

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Juni uitgave

Partners