Duurzaam inkopen, een echte uitdaging?

E-mailadres Afdrukken

Steeds meer organisaties doen aan duurzaam inkopen. Om dit verder te bevorderen heeft het Ministerie van VROM convenanten gesloten met onderwijsinstellingen en koepelorganisaties. Door de ondertekening van het convenant wil de minister van VROM onderwijsinstellingen en scholen stimuleren. Met het bevorderen van een duurzaam inkoopbeleid beogen partijen een extra prikkel te geven aan innovatie en ontwikkeling van duurzame producten en diensten. Voor een groot aantal productgroepen zijn criteria geformuleerd, zoals papier, energie, drukwerk, toners, schoonmaak en onderhoud. Zaken waar u als onderwijsorganisatie dagelijks mee wordt geconfronteerd en nota’s die uw inkooporganisatie regelmatig te verwerken krijgt.

Bij duurzaam inkopen geeft de organisatie in haar inkoopfunctie bewust en structureel inhoud aan haar maatschappelijke rol, op een wijze die verder gaat dan de wet verplicht en leidt tot toegevoegde waarde voor zowel de eigen organisatie als de maatschappij1). Om de markt voor duurzame producten/diensten te stimuleren hebben de overheden zichzelf doelen gesteld met betrekking tot duurzaam inkopen.

Voor de Rijksoverheid geldt dat zij sinds 1 januari 2010 voor 100% duurzaam inkoopt. Voor 2010 hebben de gemeenten de doelstelling vastgelegd op 75% duurzaam inkopen in 2010 en provincies en waterschappen hebben de ambitie van 50% duurzaam inkopen afgesproken. Zowel provincies, gemeenten als waterschappen streven naar 100% duurzaam inkopen in 2015. Universiteiten en het hogeren middelbaar beroepsonderwijs hebben in een convenant vastgelegd dat zij streven naar tenminste 50% in 2012.

Het formuleren van een percentage van de inkoop welke duurzaam moet worden ingekocht vereist een maatstaf om vast te stellen wanneer er duurzaam is ingekocht. Hiervoor heeft het AgentschapNL2) duurzaamheidscriteria ontwikkeld voor circa 45 productcategorieën. Wanneer een aanbestedende dienst deze criteria in zijn inkoopbeleid en aanbestedingstrajecten verwerkt, worden de ingekochte producten/diensten gerekend tot de categorie ‘duurzaam ingekocht’. Naast de duurzaamheidscriteria biedt AgentschapNL via haar website nog vele andere instrumenten aan inkopers, zoals beleidsnota’s.

Duurzaamheidscriteria hebben betrekking op zowel milieuaspecten als sociale aspecten. Bij milieuaspecten gaat het om het effect van een product, dienst of werk op het milieu, bijvoorbeeld biologische producten, energiezuinige oplossingen, slimme distributie, ABC-categorie leaseauto’s, afvalreductie en afbreekbare stoffen. Bij sociale aspecten kunt u onder andere denken aan kinderarbeid, scholing en ontwikkeling, sociale werkplaatsen, stageplaatsen in sociale dienst en ARBO3). De door AgentschapNL ontwikkelende duurzaamheidscriteria zijn echter veelal gericht op het onderdeel milieu, tot op heden zijn nog geen sociale criteria geformuleerd. Tevens klinkt vanuit het bedrijfsleven kritiek op deze methode omdat deze zou leiden tot veel bureaucratische rompslomp en weinig uitdagende afvinklijstjes. Op deze wijze wordt de weg van innovatie en creativiteit afgesloten. Tevens zijn de criteria aan verandering onderhevig, men moet zich telkens aan het begin van een inkooptraject ervan vergewissen dat men de meest recente versie van de duurzaamheidscriteria hanteert. Het is naast de duurzaamheidscriteria ook mogelijk duurzaamheid te verwerken in andere aspecten van inkoop, zoals de contractvoorwaarden. Zo vermeld de gemeente Amsterdam in haar inkoopvoorwaarden dat de te leveren zaken niet mogen worden verpakt in verpakkingen die, beoordeeld naar de stand van de wetenschap ten tijde van de levering, milieubelastend zijn of worden, vermoed dit te zijn of op andere wijze een bedreiging voor de veiligheid, welzijn of gezondheid kunnen vormen.

Één van de manieren die door aanbestedende diensten worden toegepast om inkoop invulling te geven aan haar maatschappelijk rol, is het verlangen van keurmerken4). Het opnemen van keurmerken in gunningscriteria (of als minimumeis) is Europees gezien echter niet altijd toegestaan, omdat potentieel geschikte partijen bij voorbaat uitgesloten worden van concurrentie. Daarnaast kunnen keurmerken criteria bevatten met betrekking tot bijvoorbeeld bestuurspraktijken van een bedrijf die niet voldoende verband met het voorwerp van de opdracht hebben. Het is verstandiger keurmerken niet als zodanig voor te schrijven, maar juist de achterliggende criteria te vragen, mits deze proportioneel zijn en verband houden met de aard van de opdracht. Het certificaat/keurmerk kan dan door leveranciers als bewijsmiddel worden gebruikt om aan te tonen dat aan de criteria is voldaan. Op deze manier worden transparantie en gelijke behandeling van marktpartijen binnen een aanbesteding gewaarborgd. Er zijn wel uitzonderingen op deze regel, namelijk wanneer keurmerken en labels eenduidig in Europese regelgeving zijn omschreven, zoals Biologisch. Een ander keurmerk welke veelvuldig wordt gebruikt is het FSC-keurmerk voor goed bosbeheer. Het is wel cruciaal om in een aanbestedingsdocument te vragen naar ‘FSC of gelijkwaardig’. Op deze manier ligt de bewijslast bij een concurrerend keurmerk en wordt non-discriminatie gewaarborgd.

De omslag naar duurzaam inkopen vergt tijd, inspanning en doorzettingsvermogen. Het inkoopbeleid en procedures dienen aangepast te worden en de organisatie dient bewust gemaakt te worden van duurzaamheid in alle aspecten van de uitvoering van hun taken en bevoegdheden. Het is belangrijk duurzaam inkopen niet als een verplichting te zien, maar juist als een kans op meerwaarde, zowel maatschappelijk als voor de eigen organisatie. De door AgentschapNL ontwikkelde criteria zijn enkel een basis, de echte uitdaging is leveranciers te prikkelen om met innovatieve oplossingen te komen.

________

  1. Tendernieuwsbrief maart 2010, Duurzaam inkopen, we beginnen nu pas echt.
  2. Voormalig SenterNovem.
  3. Bij criteria dient men altijd na te gaan of dit verband houden met de aard en omvang van de opdracht. De criteria dienen proportioneel te zijn. Zo is het wel toegestaan van ondernemers te verlangen dat zij langdurig werklozen aantrekken, maar het is niet toegestaan te verlangen dat de werklozen uit de regio dienen te wonen.
  4. De Duurzame Database maakt de duurzaamheid van producten inzichtelijk aan de hand van een transparante set van criteria, die in samenwerking met onafhankelijke organisaties en instituten worden vastgesteld.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners