Harry van Ballegooijen, directeur facilitair bedrijf Kw1c: “Groei van conciërge naar facilitair medewerker”

E-mailadres Afdrukken

Binnen het Koning Willem I College (Kw1c) in Den Bosch maakt men nadrukkelijk onderscheid tussen een conciërge en een technische conciërge. Of liever gezegd tussen een facilitair medewerker en een facilitair technicus. Dat betekent dat zij multifunctioneel inzetbaar zijn en minder plaatsgebonden opereren.


Alleen al op de locatie Vlijmenseweg zijn twaalf mensen werkzaam, waarvan acht in een traditionele rol, hoewel ook daar vaak gezocht wordt naar iemand met een technische achtergrond. Schoolfacilities sprak met Harry van Ballegooijen verantwoordelijk voor dit beleid. “De laatste tijd wordt bij vacatures gekeken naar wat we nodig hebben. We zochten naar mensen met een schildersachtergrond. Het interne schilderwerk laten we bijvoorbeeld zo veel mogelijk door onze mensen zelf doen. Dat geldt overigens ook voor andere diensten. Laatst hebben we een timmerman, loodgieter en een elektricien aangenomen. Zo kunnen we op alle disciplines in ons eigen onderhoud voorzien. Dat betekent niet dat zij alle werkzaamheden mogen verrichten. Zij beperken zich tot klein onderhoud. Elektra en grootonderhoud aan bijvoorbeeld de luchtbehandelingskasten, airco’s en ketels vervangen wordt door een gecertificeerd bedrijf gedaan. Dat geldt overigens ook het buiten schilderwerk. Hiervoor wordt een extern bedrijf ingeschakeld. Dat moet je niet willen. Je moet er de spullen voor hebben, steigers gaan huren etc. Dat laten we aan professionele bedrijven over.”

Interessantere job
Dat wil volgens Harry van Ballegooijen niet zeggen, dat er geen mensen nodig zijn die niet technisch onderlegd zijn. Er zullen hand en spandiensten verricht moeten worden bij alle voorkomende werkzaamheden. Op de vraag waarom het Koning Willem 1 College de conciërges een andere status geeft, noemde hij twee redenen. De conciërges vinden het leuker om méér te doen dan hun standaard werkzaamheden. Een andere niet onbelangrijke reden: het scheelt een hele hoop geld. De besparing die we als organisatie realiseren is aanzienlijk. Voorheen betaalden we voor basis onderhoud aan onze gebouwen het uurloon van een aannemer of installateur. Nu laten we het door onze eigen mensen doen. Bovendien zijn we veel flexibeler.

School in beweging
Om hiervan het belang aan te geven schetste Harry een school in beweging, waarin de schilder een grote rol speelt. “Wij hebben ogenschijnlijk een hele grote school, 36 duizend vierkante meters alleen op deze locatie. Daarom benadrukken we dat we allemaal kleine schooltjes zijn die allemaal met elkaar verbonden zijn. Ieder gebouw heeft een eigen afdeling, die we een eigen gezicht geven. Deze is te herkennen aan een eigen kleurstelling die door de hele afdeling is doorgevoerd. Zelfs de vloeren zijn hier en daar aangepast.” Omdat het Kw1c anticipeert op het leerlingen aanbod, vindt er nogal eens een reorganisatie plaats. “Dan hebben we met piektijden te maken en sommige werkzaamheden kunnen alleen in de vakantieperiode gedaan worden. Als we dit door een extern bedrijf moeten laten doen, is dat niet te betalen. Het komt ook al eens voor dat we tegen de schilder moeten zeggen: “sorry jongen, je hebt het anderhalf jaar geleden geel geverfd, het wordt nu rood!” Dat vinden ze niet altijd leuk, maar hoort er nu eenmaal bij.

Kruisbestuiving
De acht facilitaire medewerkers doen volgens Harry van Ballegooijen eigenlijk alles. Zij helpen de vaklui en zorgen ervoor dat bij evenementen de tent op het terrein staat en dat soort dingen. Aan de voorkomende werkzaamheden hebben ze hun handen vol. Dat neemt volgens hem niet weg, dat de vaklui ook op andere locaties worden ingezet. “Een conciërge was redelijk honkvast. Het was wel even wennen om dat te doorbreken en hen ervan te laten doordringen dat ze ook een klusje op een andere plek moeten doen, maar dat lukt aardig.”

Niet onbelangrijk noemde Harry van Ballegooijen dat mensen die niet uit de techniek komen, veel van de vakspecialisten leren. “Jarengeleden namen we een goede timmerman aan, die trok diegenen die ook een beetje konden timmeren  mee. Ik denk dat je het niveau van die mensen opkrikt.” Hoewel zij naast conciërges ook facilitaire medewerkers en facilitaire vakspecialisten kent, wordt met z’n allen het vervelende werk gedeeld. Na de koffie wordt ’s-middags na drie uur papier geprikt. Dus het terreinonderhoud wordt dus ook met eigen mensen gedaan.

Ook receptiemedewerkers
Wat Harry van Ballegooijen wil benadrukken is het feit, dat er uitwisseling van personeel gaat plaatsvinden. Steeds meer mensen worden uitgezonden naar een andere locatie. Dit betekent dat bijvoorbeeld een receptiemedewerker, daar hebben we er nogal wat van, bij ziekte op een andere locatie wordt gestationeerd, zelfs naar de onderwijsboulevard aan de overkant. Daar zijn sommigen wel van geschrokken. Plots moeten zij niet alleen de telefoon aannemen, maar ook pasjes uitgeven. Dat heeft heel wat voeten in aarde gehad. Alle receptiemedewerkers hebben dezelfde functie en zij multifunctioneel inzetbaar, zodat zij kunnen rouleren. Na de eerste koudwatervrees, beginnen mensen het leuk te vinden. Ze doen wat meer afwisselend werk. Dat houdt dus in dat er meer eisen worden gesteld aan de kwaliteit. We hebben ze ook stage laten lopen. De meesten had nog nooit achter een kassa gestaan of een leerling pasje gemaakt. “Maar alles is te leren.”

Facilitair evenwicht
Harry van Ballegooijen zegt met deze aanpak de positie van de oop-er naar het niveau van facilitair medewerker te tillen. Behalve dat er meer van de mensen gevraagd wordt, krijgen ze ook meer (financiële) waardering. Om de efficiency te bevorderen zijn alle medewerkers toegerust met een speciale app op hun mobiel. Hierop staan hun opdrachten geregistreerd, waarmee wordt voorkomen dat zij opnieuw naar de plek toemoeten waar zij zoeven vandaan kwamen. Op een terrein van 36 duizend vierkante kilometer is dat geen overbodige luxe. Om dat te bewaken heeft het Koning Willem 1 College ook eigen beveiligers in dienst.

Op de locatie Vlijmense weg zijn dagelijks tussen de 3500 en 4000 leerlingen en docenten aanwezig. Hoe bepaalt Harry van Ballegooijen dat het aantal facilitaire medewerkers voldoende is? Op basis van het aantal leerlingen kan je het aantal docenten bepalen. Voor facilitair medewerkers vindt hij het lastig. Daar zijn geen kengetallen voor, de ervaring moet het leren. Zelf denkt hij het evenwicht te hebben gevonden om met zijn team van mensen die ondersteuning te bieden die de docenten en leerlingen dagelijks nodig hebben!

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners