Henkjan Kok, procesbegeleider Krimp Achterhoek: “Gemeente Bronckhorst wil pluriform en geografisch goed bereikbaar basisonderwijs in haar dorpen”

E-mailadres Afdrukken

Het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd ligt naar verwachting in 2025 ruim 30 procent lager dan in 2010. In het voorjaar van 2014 hebben vertegenwoordigers van gemeenten, schoolbesturen, dorpsbelangorganisaties, regio, provincie en rijksoverheid zich uitgesproken over de criteria die van belang zijn bij het aanpakken van de gevolgen van de ontgroening voor de voorschoolse voorzieningen en het basisonderwijs. Deze zijn verwoord in een Transitieatlas. Als procesbegeleider krimp is Henkjan Kok nauw bij de totstandkoming van de Transitieatlas betrokken. Aan hem de taak om die afname van het aantal leerlingen de komende jaren in goede banen te leiden.

Henkjan Kok (rechts) in gesprek met Herman de Groot, Vastgoedbeheerder van de gemeente Bronckhorst.

Henkjan Kok vindt de criteria, normen en waarden die regionale partijen van belang vinden een belangrijke rol spelen in het proces om tot optimalisatie van het onderwijsaanbod te komen. Want door de ontgroening komt niet alleen het voortbestaan van tientallen basisscholen onder druk te staan, maar ook andere voorzieningen zoals sportzalen en buurthuizen. De Transitieatlas fungeert hiervoor als een belangrijk hulpmiddel. De toepassing van de criteria maakt dat gevolgen van de verschillende keuzes middels scenario’s op landkaarten zichtbaar gemaakt kunnen worden. Die kaarten kunnen als onderlegger dienen bij de verschillende besluitvormingsprocessen die schoolbesturen en gemeenten moeten doorlopen om in gezamenlijkheid te komen tot een goede verdeling van deze voorzieningen over de regio.

Sociale cohesie bewaken
Daarin dient de school een sociaal belang. Henkjan Kok: “Als de school uit een dorp of buurtschap verdwijnt, neemt ook de sociale cohesie af. Onderzoek laat zien dat als een kern in haar aard actief en vitaal is, het vertrekken van een school er niet zo veel toe doet.” In dit verband prees hij het beleid van de gemeente Bronckhorst, waar men afstand heeft genomen van normatief bouwen. Een klaslokaal hoeft niet per sé 54 m2 te meten. De moderne lesmethoden vragen om grotere lokalen. Ook bij de vorming van IKC’s gaat de gemeente Bronckhorst voortvarend te werk. Daar zijn in Steenderen, Vorden en Zelhem goede voorbeelden van te vinden.

“En wat te denken van Varssel. Daar is de school gesloten en is het gebouw door de gemeente Bronckhorst overgedragen aan een nieuwe stichting. Die organiseert nu dingen die de gemeenschap vroeger ook in de school organiseerde. We hebben hier in de regio ook voorbeelden gezien waarbij de school sloot en de samenleving in paniek was omdat er bijvoorbeeld ineens geen volksfeest meer was. Totdat ze erachter kwamen dat er iets merkwaardigs aan de hand was. Het onderwijspersoneel organiseerde voorheen namelijk altijd het volksfeest en met het verdwijnen van de school was ook het feest verdwenen. Toen besloten ze het zelf te gaan doen. En drie dagen later was er een volksfeest. Het gaat er dus om of de gemeenschap bereid is om zelf dingen op te pakken. Natuurlijk is een kern zonder school niet aantrekkelijk voor jonge gezinnen. Maar als een gemeenschap actief is, dan komen daar na verloop van tijd andere gezinnen voor terug. Ook in andere krimpgebieden zien we woondorpen en leefdorpen ontstaan. In die woondorpen vestigen zich bijvoorbeeld gezinnen met oudere kinderen. Die gaan de afstand naar een leefdorp, waar wel voorzieningen als een school en een supermarkt zijn, overbruggen.”

Kleine scholen open houden
Dat de overheid van de hele kleine scholen af wil, kan Henkjan Kok zich om financiële reden wel voorstellen. Want waar een leerling op een grote school 4.000 euro kost, dan kost een leerling op een kleine school rond de 11.000 euro. Omdat het niet mogelijk is om alle scholen onder een bepaald leerlingenaantal rücksichtslos te sluiten, is er de regeling van de gemiddelde schoolgrootte gekomen. Veel scholen maken deel uit van een schoolbestuur met meerdere scholen. De grote scholen in zo’n stichting houden de kleine scholen overeind. Het leerlingenaantal in de Achterhoek gaat echter over zijn geheel met ruim 30 procent dalen. Op een gegeven moment is zo’n stichting dan niet meer in staat om met de grote scholen de kleinere scholen in stand te houden. Dan vallen ze om. Als ik dat aan zie komen, ga ik met scholen en gemeenten in gesprek. We moeten voorkomen dat in de Achterhoek witte vlekken ontstaan waarin niet op een redelijke afstand een basisschool beschikbaar is. Dat kan betekenen dat je een school met veertig of vijftig leerlingen open moet houden.”

Samen keuzes maken
Concurrentie tussen scholen leidt in de situatie van krimp absoluut tot niks. Samenwerking maakt dat je tot een evenwichtige verdeling van scholen in een bepaald gebied kunt komen. En dat je met elkaar planmatig kunt afspreken welke scholen blijven voortbestaan en welke niet. “Als we de wet van het recht van de sterkste hanteren, dan hebben we straks alleen in de grotere dorpen nog maar een school. Ook op het platteland moeten kleine scholen open blijven. De eerste reflex is dan dat scholen gaan zorgen dat ze beter zijn dan de buren. Maar het is uiteindelijk geen oplossing voor het krimpprobleem. Daar is samenwerking voor nodig.”

De huidige visie op onderwijs geeft daar ook alle aanleiding voor. Het is niet meer zo vanzelfsprekend dat een leerkracht voor de klas staat en aan dertig leerlingen dezelfde stof uitlegt. Dat heeft te maken met de invoering van het passend onderwijs. Daarin heeft elke leerling eigen leerdoelen en speelt de leerkracht een veel meer wisselende rol. “Leerkrachten op kleine scholen werken met combinatieklassen, soms met wel vier groepen bij elkaar. Zij voelen dat de structuur van het klassikale lesgeven hen in de weg zit en zijn daarom bereid om dat los te laten. Op grote scholen is de invoering van dat denken veel moeilijker. Onderwijskundig gezien is er geen enkele reden dat een kleine school er niet zou kunnen zijn. Ze doen het in een aantal gevallen zelfs significant beter dan sommige grote scholen.”

Buurtschap leerbaar houden
“Ik ben er ook van overtuigd dat er over tien jaar nog kleine scholen zijn. Alleen hoop ik dat we het dan zo hebben kunnen regelen, dat over de hele Achterhoek verspreid gezinnen met jonge kinderen overal in de regio zijn gaan wonen. Daarnaast moeten we voorkomen dat als er een school verdwijnt, de leerlingen van die school zich over verschillende scholen in de regio verspreiden. Als dat gebeurt, haal je versneld de sociale cohesie uit een dorp of buurtschap weg. Wanneer die kinderen allemaal naar dezelfde school gaan, kunnen vriendjes en vriendinnetjes ook vriendjes en vriendinnetjes blijven. En op die manier is er voor ouders een groter draagvlak om bijvoorbeeld een taxidienst op te zetten. Met de auto, of bij mooi weer met de fiets. Zo kunnen zij als de school er niet meer is nog steeds een leefbaar dorp of buurtschap houden.”

Gevolgen ontgroening aanpakken
Rest nog de vraag, wat de betekenis is van de rapportage over de gevolgen van de ontgroening in de Achterhoek. Bij de beantwoording van deze vraag moet volgens Henkjan Kok onderscheid gemaakt worden tussen lokaal en regionaal niveau. “Het maken van dit onderscheid is van belang omdat deze niveaus inhoudelijk en bestuurlijk nadrukkelijk van elkaar verschillen. Per niveau zijn aanbevelingen nodig, die moeten leiden tot een krachtig vervolg op de aanpak van de gevolgen van de ontgroening. Alleen hierdoor kan de beoogde doelstelling: ‘Het behoud van pluriform, kwalitatief hoogwaardig en geografisch goed bereikbaar primair onderwijs, ingebed in een goede sociale leefomgeving’, gerealiseerd worden. Zoals aangegeven zijn hiervan in de gemeente Bronckhorst goede voorbeelden voorhanden”.

Meer informatie?
Henkjan Kok | Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners