Henk van der Esch, Achterhoek VO: “Start 8 jaar voordat krimp zich openbaart, dan ben je nog net op tijd”

E-mailadres Afdrukken

Krimp krijgt nog steeds niet de aandacht die het verdient met het oog op de toekomst van Nederland. Dat bleek helaas ook uit de opkomst voor een workshop van Henk van der Esch over dat onderwerp op het VO-congres. De krimpdeskundige en voorzitter van het College van Bestuur van Achterhoek VO sprak over het proces dat in de Achterhoek is doorlopen om de uitdagingen van krimp in het voortgezet onderwijs aan te gaan, en over de consequenties van krimp voor de bedrijfsvoering. “Er moet vooral meer regelruimte komen, zodat wij de kans krijgen om met creatieve oplossingen de onderwijskwaliteit te halen.”

De Achterhoek is een dunbevolkt gebied met scholen van drie denominaties. Veel keuze om onderwijs te volgen is er van oudsher al niet, want vrijwel iedere school voor voortgezet onderwijs is de enige school van iets. Er is bijvoorbeeld bijna geen gemeente met meer dan één school voor beroepsonderwijs. Bijna altijd is dé school meteen de enige school en vanwege de geringe bevolkingsdichtheid is het evident dat dit zelfs zonder krimp al scholen zijn van een kwetsbare omvang.

Tot 2015 is er nog sprake van groei en stabilisatie van leerlingenaantallen in de Achterhoek, maar tussen 2015 en 2030 vindt er een daling plaats van 30 procent. Dat betekent voor Achterhoek VO een reductie in de bekostiging van 113 miljoen in 2011 naar 88 miljoen in 2030. Zonder ingrijpen stond een situatie met onrendabele afdelingen, nevenvestigingen en scholen in het vooruitzicht. Een ander perspectief was een hevige strijd om de leerlingen, tenminste op die plekken waar nog wat de kiezen valt: in de perifere gebieden en de paar gemeenten met meer scholen. In 2007 namen de besturen van het confessioneel voortgezet onderwijs (COVOA) en het openbaar voortgezet onderwijs (Orchidee Scholengroep) het initiatief om die concurrentiestrijd niet aan te gaan en samen naar oplossingen te zoeken. “Met elkaar in gevecht gaan, die automatische reflex om bij dalende leerlingenaantallen met betere pr en dure campagnes die leerling te lokken ten koste van andere scholen, dat is geen oplossing.”

Van strijd naar verantwoordelijkheid

De intentie van beide besturen om te fuseren betekende dat scholen die elkaars stevige concurrenten waren – vooral in Doetinchem waren felle concurrentieverhoudingen – ineens elkaars ‘vriend’ moesten worden. “De uitdaging was enorm. Om PC, RK en openbaar onderwijs bestuurlijk onder één dak te brengen, moesten we 13 vetorechten overwinnen: de GMR'en, Raden van Toezicht, colleges van B en W, gemeenteraden en de Nederlandse Katholieke Schoolraad. Daarnaast moesten we cultuurverschillen overbruggen en onverenigbaar lijkende verschillen in bovenschoolse ondersteuning verenigen.”

Tegen de plannen was wel enige (begrijpelijke) weerstand. Er was bij sommigen boosheid of angst voor dominantie van de andere stichting of vrees om niet meer te mogen concurreren. Er was ook weerstand van buitenaf. Door de vorming van mega-onderwijsorganisaties elders was het anti-fusiesentiment in Nederland steeds groter en was de fusietoets ophanden. Toch bleven beide besturen hun plannen noodzakelijk vinden. Zij voorzagen anders een hevige concurrentiestrijd, waarvan de enige school voor beroepsonderwijs of de enige techniekafdeling ter plaatse de dupe kunnen zou worden. “Dat wilden wij niet op ons geweten hebben. Het gaat er tenslotte niet om of míjn instituut met deze naam en historie blijft voortbestaan, maar om een samenlevingsbelang: het behouden van een zo dekkend en divers mogelijk netwerk van zo kleinschalig en thuisnabij mogelijke onderwijsvoorzieningen. Daartoe moesten wij gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de Achterhoekse onderwijskaart nemen.”

Werken aan draagvlak

De beide bestuursorganisaties hebben ruim de tijd genomen voor het proces. Vanaf januari 2009 kwam het fusieproces in de openbaarheid. “We vonden het belangrijk naar mensen te luisteren, ze mochten hun emoties uiten, keer op keer hun verhaal doen in gesprekken met het bestuur. Wij namen de tijd als bondgenoot en wachtten totdat er begrip en acceptatie was ontstaan en er een zekere besluitrijpheid was. Pas dan is er draagvlak en kun je doorzetten. Dat moment was in januari 2010. Toen werd het intentiebesluit om te fuseren uiteindelijk geaccordeerd door alle interne partijen.” Daarna ging het snel. Binnen een jaar was de fusie van COVOA en Orchidee Onderwijsgroep in Achterhoek VO een feit.

In de nieuwe bestuursorganisatie worden de onderliggende waarden gedeeld, zij het vanuit een andere achtergrond. Iedereen vindt het belangrijk dat verstandig, zorgvuldig en op een menselijke manier met elkaar wordt omgegaan. Voor iemand die overtuigd rooms-katholiek is, is de inspiratiebron daarvoor anders dan voor iemand van protestant christelijke huize of iemand die niet in een God gelooft. Voor die verschillen is voldoende ruimte. Denominatie wordt derhalve niet als probleem ervaren. Integendeel, de inbreng van andere denominaties wordt eerder als aanvullend gezien.

Het meest belangrijk voor het slagen van de fusie vind Henk van der Esch de paradigmawisseling: afstand nemen van 'mijn organisatie moet overleven ten koste van de ander', samenwerken in plaats van concurreren. Andere succesfactoren zijn het hebben van een gemeenschappelijk doel ten behoeve van de samenleving, een heldere en standvastige visie met de nodige flexibiliteit in het tijdspad, het proces en de vormgeving. Continuïteit van leiderschap was ook belangrijk, evenals een portie geluk, want de fusie kwam rond net voordat de fusietoets in werking trad. “Met de fusietoets was het waarschijnlijk niet gelukt, want wij zijn in grote delen van de Achterhoek monopolist. De fusietoets vindt dat er wat te kiezen moet zijn, maar dat is een typisch Randstedelijk standpunt: in onze regio is er een school of er is geen school, dat is de keuze. In grote delen van het land zijn alleen maar monopolisten. Wat maakt het dan uit dat twee monopolisten bestuurlijk samengaan?”

Klaar voor de krimp

Achterhoek VO is op tijd tot stand gekomen om goed voorbereid te zijn op de krimp. De fusie zorgt ervoor dat er nu een centrale regiefunctie is om het onderwijsaanbod waar nodig te reguleren. Tegelijk biedt zo'n grote organisatie voordelen op het gebied van expertise, financiën, kwaliteit en schaalgrootte. “De organisatie zal in 2015 klaar zijn voor de krimp, de maatregelen die een langetermijnaanloop nodig hebben zijn dan klaar, en de geesten in de omgeving van de scholen (gemeenten en andere samenwerkingspartners) zijn rijp. Maar er gaan nog wel moeilijke momenten komen, want we zullen toch pijnlijke maatregelen moeten nemen.”

De bekostiging en de wet- en regelgeving veroorzaken samen de meeste belemmeringen om krimp op een goede en verantwoorde manier aan te pakken. Door de inkorting van de salarislijnen in het onderwijs (dus op de hele personeelsformatie) krijgen alle scholen te maken met een bekostigingstekort van naar schatting 14 procent. Scholen in krimpgebieden hebben daar bovenop te maken met een topzware leeftijdsopbouw, een versnelde afschrijving op gebouwen en inventaris, scholen die in te ruime huisvesting zitten, een minder efficiënte omvang van de organisatie of afdelingen.

Achterhoek VO heeft door lagere bovenschoolse lasten, inkoopvoordelen, risicodeling en liquiditeit op bestuursniveau de efficiency verbeterd. Er moeten plannen gemaakt worden om afdelingen en eventueel scholen samen te voegen als de leerlingenaantallen echt dalen. En er wordt geëxperimenteerd met afstandsleren: een docent geeft met behulp van een livestream les op drie locaties tegelijk. Al die maatregelen zijn onvoldoende om het volledige bekostigingstekort op te vangen, maar Van der Esch verwacht dat de politiek wel zal ingrijpen om die korting van 14 procent te verzachten. Om andere experimenten in krimpgebieden mogelijk te maken moeten meer regels worden aangepast. “Hoe erg zou het zijn als wij terug kunnen naar 900 uur onderwijstijd met behoud van onderwijskwaliteit? Waarom wordt het vormen van gemeenschappelijke klassen gezien als fraude. De regels zijn lang niet flexibel genoeg en staan efficiënt onderwijs in de weg. Daarom moeten we onze uiterste best blijven doen om de problematiek van krimpgebieden in Den Haag telkens weer duidelijk te maken.”

Henk van der Esch zit als krimpdeskundige in tal van adviescommissies en werkgroepen. Hij geeft lezingen over krimp en wordt regelmatig geraadpleegd door de beleidsmakers, met het doel de problematiek van scholen in krimpgebieden nog meer onder de aandacht te krijgen.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners