Leo Niessen, adviseur Bevolkingskrimp: “Wees voorzichting met doordecentralisatie in krimpgebieden, u kunt er een probleem bij krijgen”

E-mailadres Afdrukken

De bestuurlijke opdracht in het onderwijs is zorgen voor kwalitatief goed onderwijs. Een grote bedreiging daarvan is de daling van het aantal leerlingen, de ontgroening. Negen van de tien schoolbesturen krijgen ermee te maken. Een strategie opstellen om krimp te bestrijden heeft geen zin. Dat zegt Leo Niessen, voorzitter van de themagroep Onderwijs van het Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling. “Krimp bestrijden leidt tot kannibalisme en tot het vooruitschuiven van het probleem. De sterkste school blijft over, maar het leidt tot een onevenwichtig onderwijsaanbod en tot kaalslag in de regio. Wat wel werkt: het probleem benoemen en als schoolbesturen samen nadenken over de onderwijsinfrastructuur in de toekomst.”

Leo Niessen verzorgde op 30 september in Leusden één van de workshops bij de presentatie van het HEVO-rapport 'Doelgericht naar betere huisvesting' over doordecentralisatie in het primair onderwijs. Niessen is geen voorstander van het plompverloren doordecentraliseren van onderwijshuisvesting naar de schoolbesturen. “Laat ik daar heel ontnuchterend over zijn: in krimpgebieden leveren gebouwen die je niet meer gebruikt niets op. Gemeentes zeggen 'hou ze alsjeblieft, want wij raken ze aan de straatstenen niet kwijt'. Als u als schoolbestuur dus eigenaar bent van de gebouwen heeft u er nog een extra probleem bij.”

Ontgroening in het hele land

Ontgroening is een ontwikkeling die in het hele land onmiskenbaar plaats vindt. In het nationale debat wordt steeds gesproken over krimp, gekoppeld aan de drie topregio's Zuid-Limburg, Groningen en Zeeland. In de rest van het land wordt gedacht 'dan is het voor mij geen probleem'. Maar krimp en ontgroening zijn twee verschillende dingen. Krimp is een afname van de totale bevolking. Ontgroening, een daling van het aantal 0 – 19 jarigen, kan ook optreden in gebieden waar helemaal geen sprake is van krimp. De cijfers laten duidelijk zien dat ontgroening zich in het hele land gaat afspelen. 44 procent van de basisscholen heeft al te maken met ontgroening en dat zal stijgen tot 95 procent, zo blijkt uit recente cijfers van de minister.

Harde cijfers

Niemand realiseert zich hoe hard het aantal leerlingen achteruit holt. Van de 6762 basisscholen in ons land hadden er 2948 al te maken met ontgroening. In de provincie Limburg daalt het aantal leerlingen in het primair onderwijs de komende jaren met 23.000. Dat betekent dat er in theorie 115 scholen moeten sluiten, een gigantische herstructureringsoperatie. In Zeeland daalt het aantal leerlingen met 5.000, waardoor binnen vijf jaar 1 op de 7 basisscholen dicht zal moeten. In de Achterhoek laat het primair onderwijs in 2020 een daling zien van 21 procent. Krimp wordt dus een normale situatie in het het basisonderwijs, en enkele jaren later ook in het voortgezet onderwijs.

Te optimistische prognoses

De meeste bestuurders zitten nog in de bewustwordingsfase voor wat betreft ontgroening. Daarbij komt dat prognoses, ook van Pronexus, het bureau dat voor gemeenten en onderwijsinstellingen voorspellingen doet van demografische ontwikkelingen, veel te optimistisch zijn doordat ze gebruik maken van allerlei aannames die getuned zijn op groei. Een vo-schoolbestuur in Zuid-Limburg heeft momenteel een overschot van 40.000 vierkante meter. Meer dan de helft daarvan is gebouwd na het jaar 2000. Die prognoses zijn dus veel te optimistisch geweest.

Een andere ervaring in krimpsituaties is dat prognoses elk jaar naar beneden toe moeten worden bijgesteld. “Vorige week sprak ik een po-bestuur, dat dit jaar uit ging van een daling van 50 leerlingen, terwijl het feitelijk 150 leerlingen waren. Als je daar niet op bent voorbereid heb je een enorm probleem.”

Eigenbelang of maatschappelijk belang?

Wie in een situatie van ontgroening komt zal na verloop van tijd onherroepelijk voor de principiële vraag komen te staan 'ga je voor je eigen belang als onderwijsorganisatie of voor het brede maatschappelijk belang in de regio om een fatsoenlijke infrastructuur overeind te houden met een zo effectief mogelijke inzet van middelen?'. Uiteraard zal iedereen in de conceptfase kiezen voor de infrastructuur in de regio, want niemand zal ontkennen dat op een schooltje van 23 leerlingen met twee leerkrachten nog kwalitatief optimaal onderwijs kan worden gegeven. Maar zodra het concept harde realiteit wordt en er er werkelijk zo'n schooltje gesloten moet worden, staat iedereen ineens op z'n achterste benen. Er komt een tweede kamerlid op de barricade staan en de wethouder kan ineens toch niet verkopen dat de school dicht moet.

Dat soort processen maakt het heel lastig om regionaal te sturen. In een debat in de Tweede Kamer hebben wij als themagroep Onderwijs van het Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling ervoor gepleit om dit soort dingen niet meer te moeten willen. Kijk eens naar de fusietoets of de kleine scholen toeslag. Dat is een volstrekt verkeerde inzet van middelen. Want daarmee verleng je de doodsstrijd van de kleine scholen, inplaats van dat je het geld gebruikt om regionaal naar een goede herstructureringsoplossing te komen.

Hobbels

Samenwerking door krimp biedt wel degelijk kansen, maar voordat het zo ver is moeten er vele hobbels worden genomen. Dit soort processen kent vaak onderscheid in drie fasen. Eerst is er de ontkenning van krimp, dan de bestrijding (concurrentie) en uiteindelijk, als iedereen tot het inzicht komt dat dat niet werkt, wordt er pas gezocht naar samenwerking. Maar dat is nog geenszins een garantie voor succes. Want in de conceptuele fase vinden partijen elkaar wel, er ontstaan soms heel structuurdoorbrekende oplossingen. Maar zodra die moeten worden uitgevoerd ontstaat er een bestuurlijke traagheid. Dan komen ineens alle eigen belangen weer aan de orde en is iedereen ineens weer op aarde om het instituutsbelang te dienen.

Ontbreken van doorzettingsmacht

Wat zich manifesteert is een geweldige verbrokkeling van macht en het absoluut ontbreken van doorzettingsmacht. In ons land is het heel gemakkelijk om iets tegen te werken. Met een postzegel van 40 cent kan iedereen naar de Raad van State om iets te blokkeren. Doorzetten is veel complexer. Je krijgt te maken met verschillende schoolbesturen, omdat het meestal om regionale concepten gaat heb je te maken met een aantal gemeentebesturen (die elkaar ongelofelijk in de haren kunnen vliegen). En heel vaak zijn er ook nog andere maatschappelijke organisaties bij betrokken, bijvoorbeeld bij een brede school of een multifunctionele accommodatie. Door dat grote aantal partijen is het buitengewoon complex. Er hoeft maar één partij bij te zijn die zich onttrekt en zijn eigen plan trekt, dan heb je een gigantisch probleem.

Out-of-the-box denken

Ontgroening is onomkeerbaar, alle ontkenning is nutteloos. Ieder schoolbestuur krijgt te maken met kostenremanentie, het doorlopen van vaste kosten (schoonmaak, verwarming, etc.) bij lager wordende inkomsten door dalende leerlingenaantallen. Tegelijkertijd biedt krimp het momentum om heel fundamenteel naar het onderwijsstelsel te kijken en met creatieve out-of-the-box oplossingen te komen, die veel leuker zijn dan wat we nu al vanaf 1917 aan het doen zijn. Het is goed nieuws dat de minister op zoek is naar een beperkt aantal structuurdoorbrekende sleutelexperimenten die wellicht de opmaat kunnen zijn voor een veelkleurig landschap. Dat is ook hard nodig, want het staat voor mij vast, dat het huidige stelsel met de ontgroening zoals die nu plaatsvindt, niet meer in stand kan worden gehouden.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners