Peter Hovens: "Bevolkingskrimp als stimulans voor kwalitatief beter onderwijsaanbod"

E-mailadres Afdrukken

De bevolking in Nederland mag dan als geheel nog enkele decennia groeien, maar het aanbod van jonge kinderen neemt nu al af. In Zuid-Limburg, Oost- Groningen en Zeeuws-Vlaanderen daalt de totale bevolking nu al en zorgt de terugloop van het aantal jonge kinderen voor problemen in de onderwijshuisvesting. Hoewel, volgens Peter Hovens van het Kenniscentrum voor Bevolkingsdaling en Beleid, een groot aantal regio’s pas de komende vijftien jaar met een bevolkingsdaling te maken krijgt, is het nú de tijd om hierop te anticiperen!

Snel minder leerlingen

Eén van de oorzaken van bevolkingsdaling is dat er minder kinderen worden geboren. Uit onderzoek van het Kenniscentrum voor Bevolkingsdaling en Beleid blijkt dat de leeftijdsgroep van 0 tot 3-jarigen qua omvang momenteel afneemt. Over tien jaar zal het aantal geboorten zich stabiliseren tot een niveau dat ongeveer een kwart lager is dan nu. Dat betekent dat de peuteropvang en het basisonderwijs nu al te maken hebben met een daling van het aantal kinderen. In het beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs zal de daling inzetten vanaf 2015. Universiteiten en HBO’s krijgen eerst nog te maken met een lichte stijging van het aantal studenten en gaan vanaf 2021 te maken krijgen met een afname.

Serieuze financiële problemen

De financiering van het onderwijs is in belangrijke mate gebaseerd op het aantal leerlingen. Minder leerlingen betekent dus minder inkomsten. De uitgaven lopen echter minder snel terug. Want ondanks dat er minder leerlingen zijn blijven de onderhoudskosten van het schoolgebouw gelijk. Minder leerlingen heeft ook consequenties voor het aantal leerkrachten. De verwachte krapte op de arbeidsmarkt zou daarbij een voordeel kunnen zijn. Daar staat tegenover dat de instroom van jonge leraren door krapte wordt geblokkeerd en dat dit meestal leidt tot een stijging van de gemiddelde loonkosten.

Knellende regels

Veel beleid en regelgeving gaan uit van een groeisituatie. Bij krimp kunnen die groeiregels contra-productief werken. Voorbeelden daarvan zijn de financiering op basis van leerlingenaantallen en de instelling van een fusietoets. De fusietoets probeert fusies van onderwijsorganisaties te bemoeilijken, terwijl in krimpregio’s fusie juist het antwoord kan zijn op het overeind houden van een kwalitatief goed onderwijsaanbod. Peter Hovens: “Met name op het platteland en in kleine kernen kunnen scholen met opheffing worden bedreigd. De gevolgen daarvan moeten op hun eigen merites kunnen worden beschouwd: de school als ontmoetingsplaats versus onderwijskwaliteit. De opheffingsnorm moet hierin flexibel kunnen zijn.”

Leerling is geen mobiele telefoon

Voor bestuurders en managers is krimp iets waar ze moeilijk mee om kunnen gaan. De woorden ‘krimp’ en ‘daling’ worden vaak geassocieerd met iets negatiefs. Een standaardreactie van bestuurders is dat ze de andere kant opkijken of dat er wordt geïnvesteerd in nieuwe scholen. Zonde van het geld, vindt Peter Hovens. “Als je meer mobieltjes wilt verkopen kun je investeren in nieuwe functies, een trendy look, er een paar grote campagnes tegenaan gooien en dan zul je meer mobieltjes gaan verkopen. Maar investeren in het schoolgebouw heeft geen zin in tijden van krimp. Want het aantal leerlingen is nu eenmaal niet groter. Dus óf je krijgt leegstand óf je trekt leerlingen weg uit buurgemeenten en maakt daar het probleem groter.”

Concurrentie uit den boze

In tijden van groei gaat de kwaliteit van de samenleving hand in hand met kwantiteit. Bij krimp werkt dit niet. Dan is het de kunst om met minder kwantiteit meer kwaliteit te maken. Vormen van concurrentie die een bedreiging zijn voor de diversiteit van het onderwijsaanbod zijn dan ook uit den boze. Regionale samenwerking tussen onderwijsorganisaties is volgens Peter Hovens onontkoombaar. Enerzijds om die concurrentie te voorkomen en anderzijds om de onderwijsinfrastructuur overeind te houden. Daarnaast is samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven nodig om een arbeidsmarkt te creëren waar vraag en aanbod goed op elkaar aansluiten. “De kwalitatieve behoefte aan de vraagkant moet een belangrijke scope worden voor het onderwijs, met aandacht voor het leveren van afstandsonderwijs en bijdragen aan het concept ‘een leven lang leren’. Onze economie vraagt om meer kennis en innovatie. Voor de sector onderwijs ligt hier een belangrijke opdracht.”

Van de nood een deugd maken

Hij verwacht dat de meeste schoolbesturen in Nederland de komende vijftien jaar, als voorbode van een algehele bevolkingskrimp, te maken krijgen met een afname van het aantal leerlingen. Bestuurders en politici schrikken meestal van dat soort berichten en doen alsof hun neus bloedt. Dat vindt hij onverstandig. “Onze regelgeving is gebaseerd op groei en onderlinge competitie tussen scholen. Die regels moeten worden aangepast om juist samenwerking te stimuleren. Dan genereert bevolkingskrimp juist tal van mogelijkheden om de kwaliteit van het onderwijsaanbod te verbeteren.”

Onderzoek Bevolkingskrimp en de regels

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners